ECLI:NL:CBB:2023:429 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedproces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1375 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2023 Rechter: mr. J.H. de Wildt Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , (de onderneming), waarvoor aanwezig zijn [naam 1] en [naam 3] , en de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn mr. M.P. Beudeker en mr. M.J.H. van der Burgt. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In dit geval is sprake van een uitbreiding van het aantal vestigingen van de onderneming en daarmee een uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten, waardoor er geen sprake is van verlies van omzet. De TVL biedt geen mogelijkheid om vestigingen los van elkaar te bekijken. De omstandigheid dat bij de keuze voor een andere rechtsvorm er mogelijk wel recht op subsidie zou bestaan betekent niet dat de minister voor de onderneming een uitzondering had moeten maken.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CBB:2023:429 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: J.H. de Wildt Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , (de onderneming), waarvoor aanwezig zijn [naam 1] en [naam 3] , en de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn mr. M.P. Beudeker en mr. M.J.H. van der Burgt. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In dit geval is sprake van een uitbreiding van het aantal vestigingen van de onderneming en daarmee een uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten, waardoor er geen sprake is van verlies van omzet. De TVL biedt geen mogelijkheid om vestigingen los van elkaar te bekijken. De omstandigheid dat bij de keuze voor een andere rechtsvorm er mogelijk wel recht op subsidie zou bestaan betekent niet dat de minister voor de onderneming een uitzondering had moeten maken.
Cited Case Law
AI generatedFull text
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1375 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2023 Rechter: mr. J.H. de Wildt Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , (de onderneming), waarvoor aanwezig zijn [naam 1] en [naam 3] , en de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn mr. M.P. Beudeker en mr. M.J.H. van der Burgt. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In dit geval is sprake van een uitbreiding van het aantal vestigingen van de onderneming en daarmee een uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten, waardoor er geen sprake is van verlies van omzet. De TVL biedt geen mogelijkheid om vestigingen los van elkaar te bekijken. De omstandigheid dat bij de keuze voor een andere rechtsvorm er mogelijk wel recht op subsidie zou bestaan betekent niet dat de minister voor de onderneming een uitzondering had moeten maken.
2. Zoals het College in zijn uitspraak van 31 mei 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:277) heeft geoordeeld, biedt de TVL, afgezien van de hier niet van toepassing zijnde uitzonderingen, geen mogelijkheid om af te wijken. Het is verder de uitdrukkelijke keuze van de regelgever geweest om geen hardheidsclausule in de TVL op te nemen. Omdat er heel veel aanvragen zijn ingediend, is de uitvoering zo ingericht dat zo veel mogelijk ondernemers zo snel mogelijk een voorschot krijgen uitgekeerd. Om te zorgen dat de TVL uitvoerbaar blijft, maakt de minister hier alleen in zeer bijzondere gevallen een uitzondering op. Ondanks dat deze toepassing van de TVL in dit geval onbevredigend uitpakt voor de onderneming, vindt het College dat niet onredelijk en acht het de TVL op dit punt niet onrechtmatig. w.g. J.H. de Wildt w.g. A. Verhoeven