Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2023:428 ECLI:NL:CBB:2023:428 AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:428 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2023:428
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1853 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2023 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. C.E.C.M. van Roosmalen Partijen [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (de ondernemer) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door drs. E.S.M. Slot en mr. O. Andich. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Niet in geschil is dat de aanvraag om een TVL-subsidie voor het eerste kwartaal (Q1) van 2022 te laat is ingediend. De TVL bepaalt dat de aanvraag dan moet worden afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:428 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: R.W.L. Koopmans Griffier: mr. C.E.C.M. van Roosmalen Partijen [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (de ondernemer) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door drs. E.S.M. Slot en mr. O. Andich. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Niet in geschil is dat de aanvraag om een TVL-subsidie voor het eerste kwartaal (Q1) van 2022 te laat is ingediend. De TVL bepaalt dat de aanvraag dan moet worden afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1853 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2023 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. C.E.C.M. van Roosmalen Partijen [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (de ondernemer) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door drs. E.S.M. Slot en mr. O. Andich. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Niet in geschil is dat de aanvraag om een TVL-subsidie voor het eerste kwartaal (Q1) van 2022 te laat is ingediend. De TVL bepaalt dat de aanvraag dan moet worden afgewezen.

2. Dat de ondernemer heeft gewacht met het doen van de aanvraag totdat de omzetcijfers van Q1 van 2022 vaststonden, maakt niet dat de minister moet afwijken van de dwingendrechtelijke afwijzingsgrond.

3. De telefonische mededeling van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland dat een procedure bestaat om een te late aanvraag te melden, is niet aan te merken als een toezegging op grond waarvan de ondernemer ervan uit mocht gaan dat de aanvraag later kon worden ingediend.

4. De minister heeft de TVL-subsidie dan ook terecht afgewezen. w.g. R.W.L. Koopmans w.g. C.E.C.M. van Roosmalen