ECLI:NL:CBB:2023:225 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedCOLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/747 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2023 op het verzet van [de ondernemer] , te [plaats] (de ondernemer) Procesverloop De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 16 maart 2022. De minister heeft het bezwaar van de ondernemer tegen het besluit van 17 september 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift buiten de termijn is ingediend. Bij uitspraak van 6 december 2022 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De ondernemer heeft tegen de uitspraak van 6 december 2022 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de ondernemer, nadat zijn beroep op betalingsonmacht was afgewezen, het verschuldigde griffierecht van € 184,- niet heeft betaald.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2023:225 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: De ondernemer heeft in verzet aangevoerd dat hij om uitstel van betaling had gevraagd en dat inmiddels beslag op zijn inkomsten is gelegd en hij onder bewind staat.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/747 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2023 op het verzet van [de ondernemer] , te [plaats] (de ondernemer) Procesverloop De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 16 maart 2022. De minister heeft het bezwaar van de ondernemer tegen het besluit van 17 september 2021 niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift buiten de termijn is ingediend. Bij uitspraak van 6 december 2022 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De ondernemer heeft tegen de uitspraak van 6 december 2022 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de ondernemer, nadat zijn beroep op betalingsonmacht was afgewezen, het verschuldigde griffierecht van € 184,- niet heeft betaald.
2. De ondernemer heeft in verzet aangevoerd dat hij om uitstel van betaling had gevraagd en dat inmiddels beslag op zijn inkomsten is gelegd en hij onder bewind staat.
3. Uit de gedingstukken blijkt dat het beroep op betalingsonmacht is afgewezen omdat de ondernemer niet de gevraagde bewijsstukken heeft ingezonden. Ook blijkt daaruit dat hij (pas) na het verstrijken van de daarvoor gestelde termijn om verlenging van die termijn heeft gevraagd. Een verzoek om uitstel van betaling heeft het College niet aangetroffen. Het verzet is daarom ongegrond. Dat betekent dat het beroep van de ondernemer niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
4. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2023. w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer