ECLI:NL:CBB:2023:224 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedCOLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1319 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2023 op het verzet van Point of View Media, te Hilversum (de onderneming) Procesverloop De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 17 mei 2022. Bij uitspraak van 4 oktober 2022 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van 4 oktober 2002 heeft de onderneming verzet gedaan. Overwegingen 1. In de uitspraak van 4 oktober 2022 heeft het College het beroep van de onderneming niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2023:224 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Bij uitspraak van 4 oktober 2022 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van 4 oktober 2002 heeft de onderneming verzet gedaan. Overwegingen 1. In de uitspraak van 4 oktober 2022 heeft het College het beroep van de onderneming niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1319 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2023 op het verzet van Point of View Media, te Hilversum (de onderneming) Procesverloop De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 17 mei 2022. Bij uitspraak van 4 oktober 2022 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van 4 oktober 2002 heeft de onderneming verzet gedaan. Overwegingen 1. In de uitspraak van 4 oktober 2022 heeft het College het beroep van de onderneming niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
2. Vaststaat dat de laatste dag van de beroepstermijn 28 juni 2022 was en dat het beroepschrift, gedateerd 21 juni 2022, op 1 juli 2022 bij het College is ontvangen in een enveloppe met het poststempel 30 juni 2022.
3. De onderneming heeft in verzet opnieuw aangevoerd dat haar beroepschrift op 21 juni 2022 in een brievenbus van PostNL is gedeponeerd en dat het niet voor haar risico komt dat PostNL het poststuk zo laat heeft bezorgd.
4. In artikel 6:9, tweede lid, van de Awb staat dat bij verzending per post een beroepschrift tijdig is ingediend als het binnen de beroepstermijn per post is bezorgd en niet later dan een week na afloop van de beroepstermijn is ontvangen. Aan dat laatste vereiste is in dit geval voldaan. Maar aan het eerste niet. De onderneming heeft namelijk, ook in verzet, niet aannemelijk gemaakt dat het beroepschrift op 21 juni 2022 (dat is: binnen de beroepstermijn) ter post is bezorgd. Het College betrekt bij dit oordeel dat het onwaarschijnlijk is dat een poststuk pas negen dagen na de terpostbezorging wordt gestempeld en ook dat de enveloppe geen kenmerken vertoont van een niet-reguliere behandeling door PostNL. Het verzet is daarom ongegrond. Dat betekent dat het beroep van de onderneming niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
5. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2023. w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer