Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2023:185 ECLI:NL:CBB:2023:185 AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:185 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2023:185
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1480 beslissing op het wrakingsverzoek van [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2], te Terneuzen ( [naam 2] ), (gemachtigde: W.E.F.M. Dobbelaar). Procesverloop Bij brief van 9 maart 2023 heeft [naam 2] een verzoek gedaan tot wraking van het lid van de enkelvoudige kamer van het College, mr. T. Pavićević, die de zaak met nummer 21/1480 heeft behandeld. Overwegingen 1. In artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 is bepaald dat de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden, kan beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het is gedaan nadat in de hoofdzaak de einduitspraak openbaar is gemaakt.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2023:185 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Dobbelaar). Procesverloop Bij brief van 9 maart 2023 heeft [naam 2] een verzoek gedaan tot wraking van het lid van de enkelvoudige kamer van het College, mr. T. Pavićević, die de zaak met nummer 21/1480 heeft behandeld. Overwegingen 1. In artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 is bepaald dat de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden, kan beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het is gedaan nadat in de hoofdzaak de einduitspraak openbaar is gemaakt.

Keywords

AI generated
artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht
De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van een hoofdzaak als bedoeld in artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht door het doen van een schriftelijke uitspraak is geëindigd, wraking te verzoeken van de rechter die deze uitspraak heeft gedaan.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1480 beslissing op het wrakingsverzoek van [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2], te Terneuzen ( [naam 2] ), (gemachtigde: W.E.F.M. Dobbelaar). Procesverloop Bij brief van 9 maart 2023 heeft [naam 2] een verzoek gedaan tot wraking van het lid van de enkelvoudige kamer van het College, mr. T. Pavićević, die de zaak met nummer 21/1480 heeft behandeld. Overwegingen 1. In artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 is bepaald dat de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden, kan beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het is gedaan nadat in de hoofdzaak de einduitspraak openbaar is gemaakt.

2. Het College zal het wrakingsverzoek van [naam 2] niet in behandeling nemen. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van een hoofdzaak als bedoeld in artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht door het doen van een schriftelijke uitspraak is geëindigd, wraking te verzoeken van de rechter die deze uitspraak heeft gedaan. Zo’n verzoek kan ook niet meer tot enig rechtsgevolg leiden, omdat al einduitspraak is gedaan. In dit geval heeft de gewraakte rechter op 6 december 2022 uitspraak gedaan in de procedure met nummer 21/1480 en het beroep ongegrond verklaard.

Het wrakingsverzoek van [naam 2] waar het hier om gaat, is gedateerd op 9 maart 2023 en dus gedaan na de einduitspraak. Dit betekent dat het wrakingsverzoek niet in behandeling kan worden genomen. Beslissing Het College neemt het wrakingsverzoek van 9 maart 2023 niet in behandeling. Deze beslissing is genomen door mr. M.M. Smorenburg, mr. H.O. Kerkmeester en mr. J.L. Verbeek, in aanwezigheid van mr. I.S. Post, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 april 2023. w.g. M.M. Smorenburg w.g. I.S. Post Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.