Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2023:176 ECLI:NL:CBB:2023:176 AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:176 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2023:176
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1749 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2023 in de zaak tussen [naam] B.V., te [plaats] ( [naam] ), en de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) (gemachtigden: mr. E. Slot en V. Velter). Beslissing Het College oordeelt dat de minister het bezwaar van [naam] terecht nietontvankelijk heeft verklaard, omdat het bezwaarschrift buiten de termijn van zes weken is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:11 van de Awb; ECLI:NL:CBB:2023:176 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Het beroep tegen het besluit van 1 juli 2022 is daarom ongegrond. Er is geen reden voor een proceskostenvergoeding. Omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, komt het College niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het besluit van 11 januari 2022, waarin de minister de TVLsubsidie van [naam] heeft vastgesteld op € 4.671,99 (het TVL-vaststellingsbesluit). De motivering van dit oordeel is als volgt. Overwegingen De bezwaartermijn van zes weken is dwingend in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregeld. Een te laat ingediend bezwaarschrift is alleen ontvankelijk als sprake is van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar (verontschuldigbaar) maken (artikel 6:11 van de Awb).

Keywords

AI generated
artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 6:11 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht
Overwegingen De bezwaartermijn van zes weken is dwingend in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregeld.
artikel 6:11 van de Awb
Een te laat ingediend bezwaarschrift is alleen ontvankelijk als sprake is van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar (verontschuldigbaar) maken (artikel 6:11 van de Awb).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1749 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2023 in de zaak tussen [naam] B.V., te [plaats] ( [naam] ), en de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) (gemachtigden: mr. E. Slot en V. Velter). Beslissing Het College oordeelt dat de minister het bezwaar van [naam] terecht nietontvankelijk heeft verklaard, omdat het bezwaarschrift buiten de termijn van zes weken is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

Het beroep tegen het besluit van 1 juli 2022 is daarom ongegrond. Er is geen reden voor een proceskostenvergoeding. Omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, komt het College niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het besluit van 11 januari 2022, waarin de minister de TVLsubsidie van [naam] heeft vastgesteld op € 4.671,99 (het TVL-vaststellingsbesluit). De motivering van dit oordeel is als volgt. Overwegingen De bezwaartermijn van zes weken is dwingend in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregeld. Een te laat ingediend bezwaarschrift is alleen ontvankelijk als sprake is van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar (verontschuldigbaar) maken (artikel 6:11 van de Awb).

In dit geval is het TVL-vaststellingsbesluit bekend gemaakt op 11 januari 2022. De bezwaartermijn eindigde dus op 22 februari 2022. [naam] heeft het bezwaarschrift op 1 maart 2022 en dus niet binnen de daarvoor gestelde termijn van zes weken ingediend. Naar het oordeel van het College heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van omstandigheden die de termijnoverschrijding verontschuldigbaar maken. De minister heeft er terecht op gewezen dat het tot de verantwoordelijkheid van de aanvrager van subsidie behoort om de digitale omgeving goed in de gaten te houden, de administratie op orde te hebben en regelmatig te kijken of er besluiten zijn genomen.

Als hij de administratie overlaat aan een administratiekantoor, ligt die verantwoordelijkheid daar. Een eventuele fout van het administratiekantoor, komt voor rekening van de aanvrager van de subsidie. Dit betekent dat de minister het bezwaar van [naam] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Het College komt niet toe aan een inhoudelijk oordeel over het TVL-vaststellingsbesluit. Ten overvloede merkt het College op dat ter zitting aan de orde is geweest dat het TVLvaststellingsbesluit mogelijk inhoudelijk toch wel klopt, omdat toch wel omzetgegevens uit de juiste referentieperiode zijn gehanteerd bij de berekening.

De uitspraak is gedaan en in het openbaar uitgesproken door mr. D. Brugman, in aanwezigheid van H.L.A. Kleinjans, griffier. w.g. D. Brugman w.g. H.L.A. Kleinjans