ECLI:NL:CBB:2023:128 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generateduitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1852 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 maart 2023 op het verzet van [naam] B.V., te [woonplaats] (de onderneming) (gemachtigde: mr. C.A. Gobbens) Procesverloop De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 17 januari 2023. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het beroepschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar (verontschuldigbaar) is.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2023:128 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: C.A. Gobbens) Procesverloop De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 17 januari 2023. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het beroepschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar (verontschuldigbaar) is.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1852 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 maart 2023 op het verzet van [naam] B.V., te [woonplaats] (de onderneming) (gemachtigde: mr. C.A. Gobbens) Procesverloop De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 17 januari 2023. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het beroepschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar (verontschuldigbaar) is.
2. Op grond van wat in het verzetschrift is aangevoerd, is het College thans van oordeel dat het beroep niet kennelijk niet-ontvankelijk is. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
3. Omdat het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 17 januari 2023 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het College verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van mr. S. van Noordt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2023. w.g. T.G.M. Simons w.g. S. van Noordt