Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2023:127 ECLI:NL:CBB:2023:127 AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:127 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2023:127
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1315 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2023 op het verzet van [de onderneming] , te [plaats] (de onderneming) Procesverloop De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 5 oktober 2021. Bij uitspraak van 7 juni 2022 heeft het College het beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, ongegrond verklaard. De onderneming heeft tegen de uitspraak van het College van 7 juni 2022 verzet gedaan. Overwegingen 1. Met het besluit van 5 oktober 2021 heeft de minister het bezwaar van de onderneming tegen een eerder besluit van 12 juli 2021 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het bezwaarschrift (veel) te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar is. In de uitspraak van 7 juni 2022 heeft het College geoordeeld dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2023:127 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Het College heeft de onderneming bij brief van 21 juli 2022 in de gelegenheid gesteld de gronden van het verzet in te dienen. Bij aangetekend verzonden brief van 11 januari 2023 is de onderneming nogmaals in de gelegenheid gesteld de gronden in te dienen. Daarbij is erop gewezen dat zij er rekening mee moet houden dat het verzet niet-ontvankelijk kan worden verklaard als de gronden van het verzet niet tijdig worden ingediend.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Bij uitspraak van 7 juni 2022 heeft het College het beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, ongegrond verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1315 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 maart 2023 op het verzet van [de onderneming] , te [plaats] (de onderneming) Procesverloop De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 5 oktober 2021. Bij uitspraak van 7 juni 2022 heeft het College het beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, ongegrond verklaard. De onderneming heeft tegen de uitspraak van het College van 7 juni 2022 verzet gedaan. Overwegingen 1. Met het besluit van 5 oktober 2021 heeft de minister het bezwaar van de onderneming tegen een eerder besluit van 12 juli 2021 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het bezwaarschrift (veel) te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar is. In de uitspraak van 7 juni 2022 heeft het College geoordeeld dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

2. Het College heeft de onderneming bij brief van 21 juli 2022 in de gelegenheid gesteld de gronden van het verzet in te dienen. Bij aangetekend verzonden brief van 11 januari 2023 is de onderneming nogmaals in de gelegenheid gesteld de gronden in te dienen. Daarbij is erop gewezen dat zij er rekening mee moet houden dat het verzet niet-ontvankelijk kan worden verklaard als de gronden van het verzet niet tijdig worden ingediend.

3. Het College stelt vast dat van de onderneming geen gronden van verzet zijn ontvangen. Van omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de onderneming niet in verzuim is geweest, is niet gebleken. Het verzet is daarom niet-ontvankelijk.

4. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het College verklaart het verzet niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van mr. S. van Noordt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2023. w.g. T.G.M. Simons w.g. S. van Noordt