ECLI:NL:CBB:2023:10 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedCOLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/344 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2023 op het verzet van [naam] B.V., te [woonplaats] , appellante Procesverloop Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (staatssecretaris) van 18 februari 2022. Bij uitspraak van 23 augustus 2022 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 23 augustus 2022 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2023:10 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Bij uitspraak van 23 augustus 2022 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 23 augustus 2022 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/344 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2023 op het verzet van [naam] B.V., te [woonplaats] , appellante Procesverloop Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (staatssecretaris) van 18 februari 2022. Bij uitspraak van 23 augustus 2022 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 23 augustus 2022 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald.
2. Naar aanleiding van het verzetschrift is appellante in de gelegenheid gesteld het griffierecht alsnog te betalen. Appellante heeft dat niet gedaan. Wel heeft zij een schriftelijke reactie gestuurd waaruit het College afleidt dat zij vindt dat er vanwege de samenhang met andere zaken al betaald is of niet betaald zou hoeven worden.
3. Het College volgt appellante niet en stelt vast dat het griffierecht wederom niet is betaald. Het verzet moet daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat het beroep van appellante niet inhoudelijk zal worden behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
4. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van mr. S. van Noordt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2023. w.g. T.G.M. Simons w.g. S. van Noordt