Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2022:786 ECLI:NL:CBB:2022:786 AI generated

ECLI:NL:CBB:2022:786 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2022:786
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1032 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 december 2022 op het verzet van Hotel Rotterdam B.V., te Rotterdam, appellante (gemachtigde: mr. R.M. Rensing) Procesverloop Bij uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 1 november 2022 heeft het College het verzoek van appellante om de minister van Economische Zaken en Klimaat (verweerder) te veroordelen in de proceskosten van het door appellante in deze zaak ingestelde beroep, afgewezen. Appellante heeft tegen de uitspraak van het College van 1 november 2022 verzet gedaan. Overwegingen 1. Op de dag dat de uitspraak van 1 november 2022 werd gedaan beschikte het College alleen over het besluit 29 september 2022 waarbij verweerder niet aan appellante was tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb. In verzet is gebleken dat verweerder bij besluit van 4 oktober 2022 wel aan appellante is tegemoetgekomen. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard. Daarmee vervalt de uitspraak van het College van 1 november 2022.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75a van de Awb; ECLI:NL:CBB:2022:786 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: R.M. Rensing) Procesverloop Bij uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 1 november 2022 heeft het College het verzoek van appellante om de minister van Economische Zaken en Klimaat (verweerder) te veroordelen in de proceskosten van het door appellante in deze zaak ingestelde beroep, afgewezen. Appellante heeft tegen de uitspraak van het College van 1 november 2022 verzet gedaan. Overwegingen 1. Op de dag dat de uitspraak van 1 november 2022 werd gedaan beschikte het College alleen over het besluit 29 september 2022 waarbij verweerder niet aan appellante was tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb. In verzet is gebleken dat verweerder bij besluit van 4 oktober 2022 wel aan appellante is tegemoetgekomen. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard. Daarmee vervalt de uitspraak van het College van 1 november 2022.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:75a van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 8:75a van de Awb
Op de dag dat de uitspraak van 1 november 2022 werd gedaan beschikte het College alleen over het besluit 29 september 2022 waarbij verweerder niet aan appellante was tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1032 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 december 2022 op het verzet van Hotel Rotterdam B.V., te Rotterdam, appellante (gemachtigde: mr. R.M. Rensing) Procesverloop Bij uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 1 november 2022 heeft het College het verzoek van appellante om de minister van Economische Zaken en Klimaat (verweerder) te veroordelen in de proceskosten van het door appellante in deze zaak ingestelde beroep, afgewezen. Appellante heeft tegen de uitspraak van het College van 1 november 2022 verzet gedaan. Overwegingen 1. Op de dag dat de uitspraak van 1 november 2022 werd gedaan beschikte het College alleen over het besluit 29 september 2022 waarbij verweerder niet aan appellante was tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb. In verzet is gebleken dat verweerder bij besluit van 4 oktober 2022 wel aan appellante is tegemoetgekomen. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard. Daarmee vervalt de uitspraak van het College van 1 november 2022.

2. Het College zal verweerder alsnog veroordelen in de proceskosten van het beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift) en ook in de proceskosten van het verzet (0,5 punt voor het indienen van het verzetschrift). Beslissing Het College: - verklaart het verzet gegrond; - veroordeelt de minister van Economische Zaken en Klimaat in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.138,50. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 december 2022. w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer