ECLI:NL:CBB:2022:716 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedproces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/51 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 september 2022 in de zaak tussen Dutch Viking Group B.V., te Hoensbroek, (gemachtigde: A.M.H. Homminga) en de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister). Beslissing Het College oordeelt dat het beroep tegen het besluit van 22 november 2021 (het bestreden besluit) gegrond is, omdat de minister zijn standpunt wat betreft het te laat maken van het bezwaar niet langer handhaaft.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CBB:2022:716 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Homminga) en de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister). Beslissing Het College oordeelt dat het beroep tegen het besluit van 22 november 2021 (het bestreden besluit) gegrond is, omdat de minister zijn standpunt wat betreft het te laat maken van het bezwaar niet langer handhaaft.
Full text
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/51 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 september 2022 in de zaak tussen Dutch Viking Group B.V., te Hoensbroek, (gemachtigde: A.M.H. Homminga) en de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister). Beslissing Het College oordeelt dat het beroep tegen het besluit van 22 november 2021 (het bestreden besluit) gegrond is, omdat de minister zijn standpunt wat betreft het te laat maken van het bezwaar niet langer handhaaft.
Het geschilpunt is daarmee komen te vervallen. Het College: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - draagt de minister op binnen 6 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar; - draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 365,- aan Dutch Viking Group B.V. te vergoeden; - veroordeelt de minister in de proceskosten van Dutch Viking Group B.V. tot een bedrag van € 759,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift met een waarde per punt van € 759,-). De uitspraak is gedaan en in het openbaar uitgesproken door mr.
R.W.L. Koopmans, in aanwezigheid van E.E.M. Koomen, griffier. w.g. R.W.L. Koopmans w.g. E.E.M. Koomen