Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2022:69 ECLI:NL:CBB:2022:69 AI generated

ECLI:NL:CBB:2022:69 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2022:69
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/932 uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van de enkelvoudige kamer van 1 februari 2022 in het beroep van [naam] , te [plaats] , appellant. Procesverloop Bij brief van 12 februari 2021 heeft appellant beroep ingesteld bij het College tegen een aantal publicaties en stukken van en over de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, een hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

Legislator headnote

AI generated

art. 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2022:69 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Procesverloop Bij brief van 12 februari 2021 heeft appellant beroep ingesteld bij het College tegen een aantal publicaties en stukken van en over de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, een hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

Keywords

AI generated
art. 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
art. 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Overwegingen Het College doet op grond van art. 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/932 uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van de enkelvoudige kamer van 1 februari 2022 in het beroep van [naam] , te [plaats] , appellant. Procesverloop Bij brief van 12 februari 2021 heeft appellant beroep ingesteld bij het College tegen een aantal publicaties en stukken van en over de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, een hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

Overwegingen Het College doet op grond van art. 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak. Hij acht een zitting niet nodig omdat uit de stukken meteen al duidelijk is dat het College niet bevoegd is om uitspraak te doen in het beroep van appellant. Appellant noemt namelijk in zijn beroepschrift geen besluiten die staan vermeld in de lijst besluiten waartegen men bij het College beroep kan instellen. Daarom stuurt het College het beroepschrift ter verdere behandeling door naar de rechtbank Midden-Nederland. Omdat appellant in [plaats] woont is dat de aangewezen rechtbank.

Het is aan deze rechtbank om het beroep van appellant te beoordelen. Deze rechtbank moet dan ook nagaan of het beroep wel is gericht tegen besluiten waartegen men volgens de Awb beroep kan instellen bij de bestuursrechter. De bestuursrechter beoordeelt alleen beroepen tegen besluiten – beslissingen van bestuursorganen met rechtsgevolgen – en geen beroepen tegen andere stukken, publicaties of beslissingen. Als geen sprake is van besluiten, zal de rechtbank Midden-Nederland zich onbevoegd of het beroep niet-ontvankelijk kunnen verklaren. Deze beslissing is gebaseerd op de volgende artikelen uit de Awb: artikel 8:7, tweede lid (de bevoegdheid van de rechtbank, tenzij een andere rechter bevoegd is); artikel 1:3, eerste lid (wanneer is sprake van een besluit); artikel 4 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (hier staat tegen welke besluiten beroep kan worden ingesteld bij het College).

Beslissing Het College verklaart zich onbevoegd. Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Brugman, in aanwezigheid van J.S. Nooren, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2022. de voorzitter is verhinderd de de griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen uitspraak te ondertekenen Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij het College. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.