Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2022:635 ECLI:NL:CBB:2022:635 AI generated

ECLI:NL:CBB:2022:635 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2022:635
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1096 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 september 2022 op het verzet van mr. [naam] , te [woonplaats] , appellant Procesverloop Bij uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 1 maart 2022 heeft het College het beroep van appellant tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (verweerder) ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit op bezwaar van 28 mei 2021 niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2022:635 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: [naam] , te [woonplaats] , appellant Procesverloop Bij uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 1 maart 2022 heeft het College het beroep van appellant tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (verweerder) ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit op bezwaar van 28 mei 2021 niet-ontvankelijk verklaard.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1096 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 september 2022 op het verzet van mr. [naam] , te [woonplaats] , appellant Procesverloop Bij uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 1 maart 2022 heeft het College het beroep van appellant tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (verweerder) ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit op bezwaar van 28 mei 2021 niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft tegen de uitspraak van het College van 1 maart 2022 verzet gedaan. Overwegingen 1. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een tot hem gericht besluit van verweerder van 1 februari 2021. Bij het besluit van 28 mei 2021 heeft verweerder op dat bezwaar beslist. Bij brief van 6 juli 2021 heeft appellant zich tot verweerder gewend. Die brief begint met “Bij de voorbereiding van mijn beroepschrift ter zake van uw beslissing van 28 mei 2021 (…) kwam ik tot de ontdekking dat u uw besluit heeft genomen op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten COVID-19 terwijl ik een aanvraag voor subsidie heb ingediend in het kader van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19.” Appellant verzoekt vervolgens om deze fout te herstellen en zijn aanvraag om subsidie opnieuw te beoordelen.

2. Anders dan in de uitspaak van 1 maart 2022 is gedaan ziet het College (thans) voldoende grond om de brief van 26 juli 2021 aan te merken als een beroepschrift, dat ook tijdig is ingediend. Dit betekent tevens dat een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet (meer) aan de orde is.

3. Het verzet is daarom gegrond. Daarmee vervalt de uitspraak van 1 maart 2022 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Verweerder hoeft het beroepschrift (de brief van appellant van 6 juli 2021) niet door te sturen aan het College. Het College zal appellant nu op korte termijn in de gelegenheid stellen de gronden van het beroep aan te voeren.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 september 2022. w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer