Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2022:60 ECLI:NL:CBB:2022:60 AI generated

ECLI:NL:CBB:2022:60 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2022:60
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 18/2147 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 februari 2022 tot rectificatie van de uitspraak van 6 juli 2021 in de zaak tussen Maatschap [naam] , te [plaats] , appellante (gemachtigde: ing. J. Pot), en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigde: mr. H.G.M. Wammes), en de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat. Procesverloop Het College heeft vastgesteld dat in zijn uitspraak van 6 juli 2021 met zaaknummer 18/2147 (ECLI:NL:CBB:2021:697) onder “Beslissing” een kennelijke onjuistheid staat vermeld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2022:60 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: J. Pot), en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigde: mr. H.G.M. Wammes), en de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat. Procesverloop Het College heeft vastgesteld dat in zijn uitspraak van 6 juli 2021 met zaaknummer 18/2147 (ECLI:NL:CBB:2021:697) onder “Beslissing” een kennelijke onjuistheid staat vermeld.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 18/2147 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 februari 2022 tot rectificatie van de uitspraak van 6 juli 2021 in de zaak tussen Maatschap [naam] , te [plaats] , appellante (gemachtigde: ing. J. Pot), en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigde: mr. H.G.M. Wammes), en de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat. Procesverloop Het College heeft vastgesteld dat in zijn uitspraak van 6 juli 2021 met zaaknummer 18/2147 (ECLI:NL:CBB:2021:697) onder “Beslissing” een kennelijke onjuistheid staat vermeld.

Overwegingen In de rubriek “Beslissing” staat vermeld dat het College “veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 374,-.” Het College overweegt dat hier sprake is van een onjuistheid. Niet verweerder maar de Staat moet worden veroordeeld in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 374,-. De proceskosten zijn immers verschuldigd in verband met het verzoek om (immateriële) schadevergoeding in verband met een overschrijding van de redelijke termijn. Nu de overschrijding van de redelijke termijn aan de Staat is toe te rekenen, moet de Staat in de proceskosten van appellante worden veroordeeld.

Nu de uitspraak een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare onjuistheid bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op dit punt te rectificeren. Het College wijzigt de uitspraak van 6 juli 2021, met zaaknummer 18/2147, als volgt. “- veroordeelt de Staat in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 374,-.” Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl. Beslissing Het College rectificeert zijn uitspraak van 6 juli 2021 als in de overwegingen is weergegeven.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, in aanwezigheid van mr. N.C.H. Vrijsen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2022. De voorzitter en de griffier zijn verhinderd te ondertekenen.