Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2022:52 ECLI:NL:CBB:2022:52 AI generated

ECLI:NL:CBB:2022:52 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2022:52
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1466 uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 januari 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak van [naam 1] , h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , verzoeker. Procesverloop Bij brief van 13 december 2021 heeft verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening gedaan. Bij brieven van 6 en 17 januari 2022 heeft verzoeker nadere informatie verstrekt. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2022:52 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: [naam 2] , te [plaats] , verzoeker. Procesverloop Bij brief van 13 december 2021 heeft verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening gedaan. Bij brieven van 6 en 17 januari 2022 heeft verzoeker nadere informatie verstrekt. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1466 uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 januari 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak van [naam 1] , h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , verzoeker. Procesverloop Bij brief van 13 december 2021 heeft verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening gedaan. Bij brieven van 6 en 17 januari 2022 heeft verzoeker nadere informatie verstrekt. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij het College beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, onder meer als de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is, uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen.

3. In het verzoekschrift heeft verzoeker aangegeven dat zijn verzoek samenhangt met zijn (niet) erkenning als melkveehouder en/of zijn kopersnummer. Uit het verzoekschrift blijkt niet met welk besluit van welk bestuursorgaan het verzoek samenhangt.

4. Bij brieven van 23 december 2021 en 13 januari 2022 is verzoeker verzocht om mee te delen met welk besluit zijn verzoek om een voorlopige voorziening samenhangt. In de laatste brief is verzoeker er op gewezen dat als zijn verzoek niet samenhangt met een besluit waartegen (eventueel na het maken van bezwaar) beroep openstaat bij het College, geen bevoegdheid bestaat om te beslissen op zijn verzoek om een voorlopige voorziening.

5. De voorzieningenrechter stelt vast dat uit de reacties van verzoeker op geen enkele wijze blijkt van een besluit waarmee het verzoek om een voorlopige voorziening samenhangt. Laat staan van een besluit waarover het College (eventueel na bezwaar) bevoegd is te oordelen. De voorzieningenrechter kan dan ook niet vaststellen dat hij bevoegd is om van het verzoek om voorlopige voorziening kennis te nemen en zal zich daarom onbevoegd verklaren. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L. Koopmans, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2022. w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk