ECLI:NL:CBB:2022:509 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generateduitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/255 uitspraak van de meervoudige kamer van 9 augustus 2022 in de zaak tussen V.O.F. [naam] , te [woonplaats] , appellante (gemachtigde: J.C. de Bakker), tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 januari 2021, kenmerk ROT 19/4571, in het geding tussen appellante, en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (gemachtigde: mr. D.W. Gerritsen). Procesverloop Het College heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 14 juni 2022 met zaaknummer 21/255 in rechtsoverweging 8 en onder “Beslissing” een kennelijke onjuistheid bevat.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CBB:2022:509 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: [naam] , te [woonplaats] , appellante (gemachtigde: J.C. de Bakker), tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 januari 2021, kenmerk ROT 19/4571, in het geding tussen appellante, en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (gemachtigde: mr. D.W. Gerritsen). Procesverloop Het College heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 14 juni 2022 met zaaknummer 21/255 in rechtsoverweging 8 en onder “Beslissing” een kennelijke onjuistheid bevat.
Cited Case Law
AI generatedFull text
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/255 uitspraak van de meervoudige kamer van 9 augustus 2022 in de zaak tussen V.O.F. [naam] , te [woonplaats] , appellante (gemachtigde: J.C. de Bakker), tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 januari 2021, kenmerk ROT 19/4571, in het geding tussen appellante, en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (gemachtigde: mr. D.W. Gerritsen). Procesverloop Het College heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 14 juni 2022 met zaaknummer 21/255 in rechtsoverweging 8 en onder “Beslissing” een kennelijke onjuistheid bevat.
Overwegingen In rechtsoverweging 8 en onder “Beslissing” ontbreekt een oordeel over het hoger beroep dat is ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (rechtbank) van 19 januari 2021 (ECLI:NL:RBROT:2021:292). Nagelaten is het verzoek van appellante om immateriële schadevergoeding af te wijzen. Nu de uitspraak kennelijke en voor een eenvoudig herstel vatbare onjuistheden bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op deze punten te rectificeren. Het College wijzigt de uitspraak van 14 juni 2022 als volgt. “8. Verder stelt appellante dat zij immateriële schade heeft geleden, die zij vergoed wenst te zien.
Het College wijst dit verzoek om schadevergoeding af. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat de staatssecretaris geen onrechtmatig besluit heeft genomen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. (…) Het College: bevestigt de aangevallen uitspraak; wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.” Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl. Beslissing Het College rectificeert zijn uitspraak van 14 juni 2022 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, mr. D. Brugman en mr. C.M. Wissels, in aanwezigheid van mr. M.H. van Kersbergen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2022. w.g. B. Bastein w.g. M.H. van Kersbergen