ECLI:NL:CBB:2022:263 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedCOLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/617 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 mei 2022 op het verzet van [naam] , te [woonplaats] , appellant (gemachtigde: J.G.M. Huiberts) Procesverloop Bij uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht van 17 augustus 2021 heeft het College het beroep van appellant tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 21 april 2021 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn. Appellant heeft tegen de uitspraak van het College van 17 augustus 2021 verzet gedaan. Overwegingen 1. De laatste dag van de beroepstermijn is (woensdag) 2 juni 2021. Het beroepschrift is op (vrijdag) 4 juni 2021 bij het College ontvangen. De enveloppe waarin het is verzonden draagt een poststempel van (donderdag) 3 juni 2021.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2022:263 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Gelet op wat appellant in verzet heeft verklaard, acht het College het (thans) aannemelijk dat het beroepschrift op (woensdag) 2 juni 2021 in een brievenbus van PostNL is gedeponeerd. Daarom kan niet worden vastgesteld dat appellant in verzuim is geweest.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/617 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 mei 2022 op het verzet van [naam] , te [woonplaats] , appellant (gemachtigde: J.G.M. Huiberts) Procesverloop Bij uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht van 17 augustus 2021 heeft het College het beroep van appellant tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 21 april 2021 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn. Appellant heeft tegen de uitspraak van het College van 17 augustus 2021 verzet gedaan. Overwegingen 1. De laatste dag van de beroepstermijn is (woensdag) 2 juni 2021. Het beroepschrift is op (vrijdag) 4 juni 2021 bij het College ontvangen. De enveloppe waarin het is verzonden draagt een poststempel van (donderdag) 3 juni 2021.
2. Gelet op wat appellant in verzet heeft verklaard, acht het College het (thans) aannemelijk dat het beroepschrift op (woensdag) 2 juni 2021 in een brievenbus van PostNL is gedeponeerd. Daarom kan niet worden vastgesteld dat appellant in verzuim is geweest.
3. Het verzet wordt om die reden gegrond verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van het College van 17 augustus 2021 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2022. w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer