Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2022:181 ECLI:NL:CBB:2022:181 AI generated

ECLI:NL:CBB:2022:181 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2022:181
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1241 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 april 2022 op het verzet van [naam] B.V., te [plaats] , appellante (gemachtigde: C. Schenk) Procesverloop Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 9 juli 2021. Bij uitspraak van 8 maart 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 8 maart 2022 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:11 van de Awb; ECLI:NL:CBB:2022:181 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Schenk) Procesverloop Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 9 juli 2021. Bij uitspraak van 8 maart 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 8 maart 2022 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 6:11 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Bij uitspraak van 8 maart 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
artikel 6:11 van de Awb
De wet (artikel 6:11 van de Awb) verplicht het College tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep als de termijn is overschreden en die overschrijding niet verschoonbaar is.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1241 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 april 2022 op het verzet van [naam] B.V., te [plaats] , appellante (gemachtigde: C. Schenk) Procesverloop Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 9 juli 2021. Bij uitspraak van 8 maart 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 8 maart 2022 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

2. Het staat vast dat de laatste dag van de beroepstermijn 20 augustus 2021 was. Het staat ook vast dat het beroepschrift op 22 oktober 2021 is ontvangen en dus te laat is ingediend.

3. Appellante heeft in verzet naar voren gebracht dat door de coronapandemie sprake was van onzekerheid, onwetendheid en stress. Zij verzoekt daarom om coulance. Ook heeft zij er opnieuw op gewezen dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, door de grote drukte, in het verkeer met appellante zelf ook regelmatig termijnen overschrijdt. Zij verzoekt om niet met twee maten te meten. Het College ziet hierin geen verontschuldiging voor het overschrijden van de beroepstermijn met twee maanden. Van meten met twee maten is geen sprake. De wet (artikel 6:11 van de Awb) verplicht het College tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep als de termijn is overschreden en die overschrijding niet verschoonbaar is.

4. Het verzet moet daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat het beroep van appellante niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen grond. Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 april 2022. w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer