Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2022:156 ECLI:NL:CBB:2022:156 AI generated

ECLI:NL:CBB:2022:156 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2022:156
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1294 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 april 2022 op het verzet van [naam 1] , h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , appellant Procesverloop Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 11 oktober 2021. Bij uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht van 1 maart 2022 heeft het College het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft tegen de uitspraak van het College van 1 maart 2022 verzet gedaan. Overwegingen 1. De uitspaak van het College van 1 maart 2022 berust op de overweging dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend en dat de overschrijding van de beroepstermijn niet verontschuldigbaar is.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2022:156 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: [naam 2] , te [plaats] , appellant Procesverloop Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 11 oktober 2021. Bij uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht van 1 maart 2022 heeft het College het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft tegen de uitspraak van het College van 1 maart 2022 verzet gedaan. Overwegingen 1. De uitspaak van het College van 1 maart 2022 berust op de overweging dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend en dat de overschrijding van de beroepstermijn niet verontschuldigbaar is.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Bij uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht van 1 maart 2022 heeft het College het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1294 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 april 2022 op het verzet van [naam 1] , h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , appellant Procesverloop Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 11 oktober 2021. Bij uitspraak met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht van 1 maart 2022 heeft het College het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft tegen de uitspraak van het College van 1 maart 2022 verzet gedaan. Overwegingen 1. De uitspaak van het College van 1 maart 2022 berust op de overweging dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend en dat de overschrijding van de beroepstermijn niet verontschuldigbaar is.

2. Hoewel appellant voor de niet tijdige indiening van het beroepschrift wel enig verwijt treft, ziet het College in verzet toch voldoende grond om te oordelen dat appellant redelijkerwijs niet in verzuim is geweest. Het verzet wordt daarom gegrond verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van het College van 1 maart 2022 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

3. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 april 2022. w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer