Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2022:151 ECLI:NL:CBB:2022:151 AI generated

ECLI:NL:CBB:2022:151 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2022:151
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/211 uitspraak van de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 5 april 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , verzoekster en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigde: mr. C.J.M. Daniels). Procesverloop Bij besluit van 11 september 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoekster meegedeeld dat zij geen tegemoetkoming zal ontvangen op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (TOGS).

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:108 van de Awb; ECLI:NL:CBB:2022:151 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: [naam 2] , te [plaats] , verzoekster en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigde: mr. C.J.M. Daniels). Procesverloop Bij besluit van 11 september 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoekster meegedeeld dat zij geen tegemoetkoming zal ontvangen op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (TOGS).

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:108 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
Ingevolge het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in samenhang met artikel 8:108 van de Awb, kan, indien bij het College beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
artikel 8:108 van de Awb
Ingevolge het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in samenhang met artikel 8:108 van de Awb, kan, indien bij het College beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/211 uitspraak van de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 5 april 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , verzoekster en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigde: mr. C.J.M. Daniels). Procesverloop Bij besluit van 11 september 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoekster meegedeeld dat zij geen tegemoetkoming zal ontvangen op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (TOGS).

Bij besluit van 17 november 2020 heeft verweerder het bezwaar van verzoekster niet-ontvankelijk verklaard. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening. De beroepsprocedure is geregistreerd onder zaaknummer 21/114. Op 7 april 2021 heeft verweerder, onder intrekking van het besluit van 17 november 2020, een herziene beslissing op bezwaar genomen. Het bezwaar tegen het primaire besluit is daarbij ongegrond verklaard. Overwegingen 1. Ingevolge het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in samenhang met artikel 8:108 van de Awb, kan, indien bij het College beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. De voorzieningenrechter stelt vast dat het College bij uitspraak van heden het beroep van verzoekster tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daarom is er geen aanleiding om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. L.N. Foppen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 april 2022. De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.