Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2022:12 ECLI:NL:CBB:2022:12 AI generated

ECLI:NL:CBB:2022:12 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2022:12
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/455R uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 januari 2022 in de zaak tussen [naam] , te [plaats] , appellante (gemachtigde: ing. J. Pot), en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigde: C. Zieleman), en de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid), de Staat. Procesverloop Het College heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 19 november 2021 met zaaknummer 20/455 in rechtsoverweging 3 een kennelijke onjuistheid bevat. Overwegingen In rechtsoverweging 3 wordt verwezen naar het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet (Uitvoeringsbesluit) in plaats van naar de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (Uitvoeringsregeling).

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2022:12 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Een eventuele indeling van de fokstiertjes in de meest passende categorie 101 leidt echter niet tot de conclusie dat deze daarom ook als melkvee moeten worden aangemerkt op grond van de Msw. De diercategorieën van de Uitvoeringsregeling bepalen welk excretieforfait van toepassing is en schrijven niet voor of er fosfaatrechten aan deze dieren moet worden toegekend. Over laatstgenoemde gaat artikel 1 eerste lid, aanhef en onderdeel kk, van de Msw. Zoals appellante erkent, staat mannelijk jongvee jonger dan 1 jaar dat worden gehouden voor de vleesveehouderij niet genoemd in onderdeel kk.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/455R uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 januari 2022 in de zaak tussen [naam] , te [plaats] , appellante (gemachtigde: ing. J. Pot), en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigde: C. Zieleman), en de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid), de Staat. Procesverloop Het College heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 19 november 2021 met zaaknummer 20/455 in rechtsoverweging 3 een kennelijke onjuistheid bevat. Overwegingen In rechtsoverweging 3 wordt verwezen naar het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet (Uitvoeringsbesluit) in plaats van naar de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (Uitvoeringsregeling).

Nu de uitspraak een kennelijke en voor een eenvoudig herstel vatbare onjuistheid bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op dit punt te rectificeren. Het College wijzigt de uitspraak van 19 november 2021 als volgt. "3. Het College oordeelt dat aan de 20 fokstiertjes van appellante terecht geen fosfaatrechten zijn toegekend. Deze fokstiertjes, jongvee jonger dan 1 jaar en bestemd voor de vleesveehouderij, vallen niet onder de definitie van het begrip melkvee in de Msw. Appellante heeft gelijk dat er geen direct passende categorie voor de fokstiertjes voor de vleesveehouderij bestaat in tabel I van bijlage D bij de Uitvoeringsregeling.

Een eventuele indeling van de fokstiertjes in de meest passende categorie 101 leidt echter niet tot de conclusie dat deze daarom ook als melkvee moeten worden aangemerkt op grond van de Msw. De diercategorieën van de Uitvoeringsregeling bepalen welk excretieforfait van toepassing is en schrijven niet voor of er fosfaatrechten aan deze dieren moet worden toegekend. Over laatstgenoemde gaat artikel 1 eerste lid, aanhef en onderdeel kk, van de Msw. Zoals appellante erkent, staat mannelijk jongvee jonger dan 1 jaar dat worden gehouden voor de vleesveehouderij niet genoemd in onderdeel kk.

De 20 fokstiertjes vallen daarmee niet onder de wettelijke definitie van melkvee als gevolg waarvan verweerder op grond van artikel 23, derde lid, van de Msw, terecht geen fosfaatrechten voor deze dieren heeft vastgesteld." Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl. Beslissing Het College rectificeert zijn uitspraak van 19 november 2021 als in de overweging is weergegeven. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C.

Stoové, in aanwezigheid van mr. M.R. Broeze, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2022. De voorzitter is verhinderd De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. de uitspraak te ondertekenen.