ECLI:NL:CBB:2022:118 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedCOLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/792 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 maart 2022 op het verzet van [naam] , te [plaats] , appellante (gemachtigde: I. Garlemos) Procesverloop Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 14 mei 2021. Bij uitspraak van 16 november 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 16 november 2021 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2022:118 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Garlemos) Procesverloop Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 14 mei 2021. Bij uitspraak van 16 november 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 16 november 2021 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/792 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 maart 2022 op het verzet van [naam] , te [plaats] , appellante (gemachtigde: I. Garlemos) Procesverloop Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 14 mei 2021. Bij uitspraak van 16 november 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 16 november 2021 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
2. De uitspraak van het College van 16 november 2021 is juist. De beroepstermijn is aangevangen op 15 mei 2021 en dus niet, zoals appellante heeft betoogd, op 18 mei 2021. De laatste dag van de beroepstermijn is daarom 25 juni 2021. Het beroepschrift is op 1 juli 2021 bij het College ontvangen, in een enveloppe met een poststempel van 30 juni 2021. Het is daarom te laat ingediend. Van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken is niet gebleken.
3. Het verzet moet daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat het beroep van appellante niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2022. w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer