ECLI:NL:CBB:2021:987 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generateduitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/601 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2021 in de zaak tussen [naam] B.V. te [plaats] , appellante (gemachtigde: ing. M.J.M. Bergers), en College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, verweerder (gemachtigde: mr. C.M.J.C. Rooding en A. Kunert). Procesverloop Het College heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 3 augustus 2021 met zaaknummer 20/601 in rechtsoverweging 4 en onder “Beslissing” een kennelijke onjuistheid bevat. Partijen hebben zich uitgelaten over de kennelijke onjuistheid.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CBB:2021:987 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: te [plaats] , appellante (gemachtigde: ing. M.J.M. Bergers), en College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, verweerder (gemachtigde: mr. C.M.J.C. Rooding en A. Kunert). Procesverloop Het College heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 3 augustus 2021 met zaaknummer 20/601 in rechtsoverweging 4 en onder “Beslissing” een kennelijke onjuistheid bevat. Partijen hebben zich uitgelaten over de kennelijke onjuistheid.
Full text
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/601 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2021 in de zaak tussen [naam] B.V. te [plaats] , appellante (gemachtigde: ing. M.J.M. Bergers), en College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, verweerder (gemachtigde: mr. C.M.J.C. Rooding en A. Kunert). Procesverloop Het College heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 3 augustus 2021 met zaaknummer 20/601 in rechtsoverweging 4 en onder “Beslissing” een kennelijke onjuistheid bevat. Partijen hebben zich uitgelaten over de kennelijke onjuistheid.
Overwegingen In rechtsoverweging 4 en onder “Beslissing” ontbreekt een oordeel over het besluit van 1 juli 2020, is nagelaten verweerder te veroordelen in de door appellante gemaakte proceskosten en is nagelaten te bepalen dat verweerder het door appellante betaalde griffierecht diende te vergoeden. Nu de uitspraak kennelijke en voor een eenvoudig herstel vatbare onjuistheden bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op deze punten te rectificeren. Het College wijzigt de uitspraak van 3 augustus 2021 als volgt. “4. Omdat van enig belang bij beoordeling van het besluit van 1 juli 2020 niet is gebleken, is het beroep tegen dat besluit niet-ontvankelijk.
Het beroep tegen het besluit van 26 augustus 2020 is ongegrond. Het College veroordeelt verweerder in de door appellante gemaakte proceskosten, begroot op € 748,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 748,- en een wegingsfactor 1). (…) Het College: - verklaart het beroep tegen het besluit van 1 juli 2020 niet-ontvankelijk; - verklaart het beroep tegen het besluit van 26 augustus 2020 ongegrond; - draagt verweerder op het door appellante voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 354,- te vergoeden; - veroordeelt verweerder in de door appellante gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 748,-.” Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht.
De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl. Beslissing Het College rectificeert zijn uitspraak van 3 augustus 2021 als in de overwegingen is weergegeven. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. de Wildt, in aanwezigheid van mr. P.M. Beishuizen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 november 2021. De voorzitter en de griffier zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.