ECLI:NL:CBB:2021:896 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedCOLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 20/783, 20/801, 20/802 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 september 2021 op de verzetten van [naam BV 1] , te [plaats] , [naam BV 2] , te [plaats] , [naam BV 3] , te [plaats] , appellanten Procesverloop Appellanten hebben beroepen ingesteld tegen besluiten op bezwaar van de Kamer van Koophandel. Bij uitspraak van 1 juni 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht de beroepen niet-ontvankelijk verklaard. Appellanten hebben tegen de uitspraak van 1 juni 2021 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft de beroepen niet-ontvankelijk verklaard omdat appellanten de griffierechten niet hebben betaald.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2021:896 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Bij uitspraak van 1 juni 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht de beroepen niet-ontvankelijk verklaard. Appellanten hebben tegen de uitspraak van 1 juni 2021 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft de beroepen niet-ontvankelijk verklaard omdat appellanten de griffierechten niet hebben betaald.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 20/783, 20/801, 20/802 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 september 2021 op de verzetten van [naam BV 1] , te [plaats] , [naam BV 2] , te [plaats] , [naam BV 3] , te [plaats] , appellanten Procesverloop Appellanten hebben beroepen ingesteld tegen besluiten op bezwaar van de Kamer van Koophandel. Bij uitspraak van 1 juni 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht de beroepen niet-ontvankelijk verklaard. Appellanten hebben tegen de uitspraak van 1 juni 2021 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft de beroepen niet-ontvankelijk verklaard omdat appellanten de griffierechten niet hebben betaald.
2. In verzet is gebleken dat appellanten daarmee niet in verzuim zijn geweest. De verzetten moeten daarom gegrond worden verklaard.
3. Nu de verzetten gegrond worden verklaard, vervalt de uitspraak van 1 juni 2021 en worden de onderzoeken voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart de verzetten gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 september 2021. w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel