ECLI:NL:CBB:2021:829 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedCOLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/853 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 augustus 2021 op het verzet van [naam BV] , te [plaats] , appellante Procesverloop Namens appellante heeft haar (enige) beherend vennoot [naam] beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 25 september 2020. Bij uitspraak van 8 juni 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 8 juni 2021 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante, na bij griffiersbrief van 28 februari 2021 in de gelegenheid te zijn gesteld (alsnog) griffierecht te betalen, dat niet heeft gedaan.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2021:829 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: In verzet is gebleken dat appellante niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/853 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 augustus 2021 op het verzet van [naam BV] , te [plaats] , appellante Procesverloop Namens appellante heeft haar (enige) beherend vennoot [naam] beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 25 september 2020. Bij uitspraak van 8 juni 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 8 juni 2021 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante, na bij griffiersbrief van 28 februari 2021 in de gelegenheid te zijn gesteld (alsnog) griffierecht te betalen, dat niet heeft gedaan.
2. In verzet is gebleken dat appellante niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 8 juni 2021 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van F.L. van Haeften, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2021. w.g. T.G.M. Simons w.g. F.L. van Haeften