Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2021:686 ECLI:NL:CBB:2021:686 AI generated

ECLI:NL:CBB:2021:686 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2021:686
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/259 uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2021 in de zaak tussen [naam BV] , te [plaats] , appellante, (gemachtigde: mr. F.J.M. Kobossen), en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder. Procesverloop Op 15 januari 2021 heeft de rechtbank Overijssel het beroep van appellante ongegrond verklaard. Op 24 februari 2021 heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Overwegingen 1. Het College doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat op grond van artikel 8:108 van de Awb in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is, zonder zitting uitspraak.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:108 van de Awb, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:CBB:2021:686 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: F.J.M. Kobossen), en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder. Procesverloop Op 15 januari 2021 heeft de rechtbank Overijssel het beroep van appellante ongegrond verklaard. Op 24 februari 2021 heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Overwegingen 1. Het College doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat op grond van artikel 8:108 van de Awb in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is, zonder zitting uitspraak.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:108 van de Awb artikel 6:6 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Het College doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat op grond van artikel 8:108 van de Awb in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is, zonder zitting uitspraak.
artikel 8:108 van de Awb
Het College doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat op grond van artikel 8:108 van de Awb in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is, zonder zitting uitspraak.
artikel 6:6 van de Awb
Als niet is voldaan aan dit vereiste kan het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/259 uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2021 in de zaak tussen [naam BV] , te [plaats] , appellante, (gemachtigde: mr. F.J.M. Kobossen), en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder. Procesverloop Op 15 januari 2021 heeft de rechtbank Overijssel het beroep van appellante ongegrond verklaard. Op 24 februari 2021 heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Overwegingen 1. Het College doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat op grond van artikel 8:108 van de Awb in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is, zonder zitting uitspraak.

2. In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb is bepaald dat een beroepschrift de gronden van beroep bevat. Als niet is voldaan aan dit vereiste kan het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

3. Bij aangetekende brief van 3 maart 2021 is de gemachtigde van appellante in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na dagtekening van die brief beroepsgronden in te dienen. Appellante is er in deze brief tevens op gewezen dat niet tijdige ontvangst van die gronden tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep kan leiden. Blijkens informatie van PostNL is deze brief op 4 maart 2021 bezorgd. Van appellante zijn binnen de gestelde termijn geen beroepsgronden ontvangen.

5. Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Brugman, in aanwezigheid van T.S. García Bijvoet, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2021. w.g. D. Brugman w.g. T.S. García Bijvoet Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij het College. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.