ECLI:NL:CBB:2021:576 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generateduitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/957 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 mei 2021 op het verzet van [naam] , handelend onder de naam Themakleding.NU, te [plaats] , appellant Procesverloop Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van de minister van Economische zaken en Klimaat van 10 september 2020. Bij uitspraak van 9 maart 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft tegen de uitspraak van 9 maart 2021 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant, na bij griffiersbrief van 18 december 2020 in de gelegenheid te zijn gesteld het beroepschrift alsnog te ondertekenen, dat niet heeft gedaan.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2021:576 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 9 maart 2021 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/957 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 mei 2021 op het verzet van [naam] , handelend onder de naam Themakleding.NU, te [plaats] , appellant Procesverloop Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van de minister van Economische zaken en Klimaat van 10 september 2020. Bij uitspraak van 9 maart 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft tegen de uitspraak van 9 maart 2021 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant, na bij griffiersbrief van 18 december 2020 in de gelegenheid te zijn gesteld het beroepschrift alsnog te ondertekenen, dat niet heeft gedaan.
2. In verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim is geweest. Het verzet wordt daarom gegrond verklaard.
3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 9 maart 2021 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van mr. J.M.T. Plouvier, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2021. w.g. T.G.M. Simons w.g. J.M.T. Plouvier