ECLI:NL:CBB:2021:559 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedCOLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/661 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juni 2021 op het verzet van [naam] , te [plaats] , appellant Procesverloop Appellant heeft tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 11 februari 2020 beroep ingesteld. Bij uitspraak van 10 november 2020 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft tegen de uitspraak van 10 november 2020 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant, na bij griffiersbrief van 29 augustus 2020 in de gelegenheid te zijn gesteld alsnog het verschuldigde griffierecht te voldoen, dat niet heeft gedaan.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2021:559 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Bij uitspraak van 10 november 2020 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft tegen de uitspraak van 10 november 2020 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant, na bij griffiersbrief van 29 augustus 2020 in de gelegenheid te zijn gesteld alsnog het verschuldigde griffierecht te voldoen, dat niet heeft gedaan.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/661 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juni 2021 op het verzet van [naam] , te [plaats] , appellant Procesverloop Appellant heeft tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 11 februari 2020 beroep ingesteld. Bij uitspraak van 10 november 2020 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft tegen de uitspraak van 10 november 2020 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant, na bij griffiersbrief van 29 augustus 2020 in de gelegenheid te zijn gesteld alsnog het verschuldigde griffierecht te voldoen, dat niet heeft gedaan.
2. In verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim is geweest. Het verzet wordt daarom gegrond verklaard.
3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 10 november 2020 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2021. w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer