Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2021:511 ECLI:NL:CBB:2021:511 AI generated

ECLI:NL:CBB:2021:511 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2021:511
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 16/25, 16/174, 16/197 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 mei 2021 in de zaak tussen [naam] B.V., te [plaats] , appellante (gemachtigde: F.Th.M. Peters), en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder. Procesverloop Appellante heeft tegen meerdere besluiten op bezwaar van verweerder over gehanteerde tarieven voor officiële keuringen in slachthuizen (de bestreden besluiten) beroep ingesteld. Met toestemming van partijen is afgezien van een behandeling ter zitting, waarna het College het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2021:511 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Het Hof van Justitie heeft de prejudiciële vragen beantwoord bij arrest van 19 december 2019 in de gevoegde zaken C-477/18 en C-478/18 (ECLI:EU:C:2019:1126). Vervolgens zijn de pilotzaken opnieuw op zitting behandeld op 17 juli 2020. Het College heeft op 20 oktober 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:707 en ECLI:NL:CBB:2020:708) einduitspraak gedaan in de pilotzaken. De beroepen zijn gegrond verklaard, de betreffende bestreden besluiten zijn vernietigd en bepaald is dat verweerder binnen 26 weken na de dag van verzending van de uitspraak nieuwe besluiten op bezwaar moet nemen.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CBB:2018:340
De officiële dierenarts voert in slachthuizen, wildverwerkingsinrichtingen en uitsnijderijen die vers vlees in de handel brengen inspecties uit overeenkomstig de algemene voorschriften van bijlage I, sectie I, hoofdstuk II, en de specifieke voorschriften van sectie IV, met name met betrekking tot: (...) (b) antemortemkeuring; (…)(d) postmortemkeuring; (…) 4. Officiële assistenten kunnen de officiële dierenarts bijstaan bij de in de bijlage I, secties I en II, bedoelde officiële controles als gespecificeerd in sectie III, hoofdstuk I. Zij maken dan deel uit van een onafhankelijk team;
ECLI:NL:CBB:2020:707
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 17/488, 17/511, 17/669, 17/684 uitspraak van de meervoudige kamer van 20 oktober 2020 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [plaats 1] , appellante 1, [naam 2] B.V., te [plaats 2] , appellante 2, [naam 3] B.V., te [plaats 2] , appellante 3, [naam 4] B.V., te [plaats 3] , appellante 4, gezamenlijk: appellanten (gemachtigde: mr. K.J. Defares), en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigde: mr. T.D. van der Wal). Procesverloop Voor het procesverloop verwijst het College in de eerste plaats naar wat daaromtrent is vermeld in de uitspraak van het College van 17 juli 2018 (ECLI:NL:CBB:2018:340) (verwijzingsuitspraak) waarbij, onder aanhouding van iedere verdere beslissing, het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof van Justitie) is verzocht bij wijze van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op de in de verwijzingsuitspraak geformuleerde vragen.
ECLI:NL:CBB:2020:708
de salarissen van het personeel dat betrokken is bij de officiële controles 2), de kosten voor het personeel dat betrokken is bij de uitvoering van de officiële controles, inclusief kosten voor installaties, instrumenten, uitrusting, opleiding, alsmede reis- en daarmee verband houdende kosten en 3) kosten voor bemonstering en laboratoriumonderzoek. 6.1 In de verwijzingsuitspraak heeft het College onderscheid gemaakt tussen de beoordeling van de geschilpunten die kunnen worden beslecht zonder uitleg van Unierecht door het Hof van Justitie en die waarvoor een uitleg van Unierecht door het Hof van Justitie noodzakelijk wordt geacht.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 16/25, 16/174, 16/197 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 mei 2021 in de zaak tussen [naam] B.V., te [plaats] , appellante (gemachtigde: F.Th.M. Peters), en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder. Procesverloop Appellante heeft tegen meerdere besluiten op bezwaar van verweerder over gehanteerde tarieven voor officiële keuringen in slachthuizen (de bestreden besluiten) beroep ingesteld. Met toestemming van partijen is afgezien van een behandeling ter zitting, waarna het College het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten.

Overwegingen 1. Meerdere belanghebbenden hebben op drie verschillende momenten (3 april 2017, 24 april 2017 en 29 juni 2017) ongeveer 400 beroepen ingediend. Al deze beroepen zien op dezelfde materie. Op 14 juni 2017 zijn tijdens een regiezitting achttien beroepen geselecteerd om te worden behandeld als zogenaamde pilotzaken. De pilotzaken zijn behandeld ter zitting van 30 november 2017. Deze zaken zijn vervolgens met verwijzingsuitspraken van 17 juli 2018 (ECLI:NL:CBB:2018:340 en 341) voor de beantwoording van prejudiciële vragen verwezen naar het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof van Justitie).

Het Hof van Justitie heeft de prejudiciële vragen beantwoord bij arrest van 19 december 2019 in de gevoegde zaken C-477/18 en C-478/18 (ECLI:EU:C:2019:1126). Vervolgens zijn de pilotzaken opnieuw op zitting behandeld op 17 juli 2020. Het College heeft op 20 oktober 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:707 en ECLI:NL:CBB:2020:708) einduitspraak gedaan in de pilotzaken. De beroepen zijn gegrond verklaard, de betreffende bestreden besluiten zijn vernietigd en bepaald is dat verweerder binnen 26 weken na de dag van verzending van de uitspraak nieuwe besluiten op bezwaar moet nemen.

2. De beroepen in onderhavige zaken zijn in dezelfde periode ingediend. De geschilpunten in de onderhavige zaken komen overeen met de geschilpunten in de pilotzaken. Het College neemt daarom hetgeen dienaangaande is overwogen in de einduitspraak in de pilotzaken van 20 oktober 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:707 en ECLI:NL:CBB:2020:708), voor zover relevant, hier over.

3. Dit leidt er toe dat het College aanleiding ziet om de beroepen in de onderhavige zaken gegrond te verklaren, de hierin bestreden besluiten te vernietigen en te bepalen dat verweerder nieuwe besluiten op bezwaar dient te nemen, met inachtneming van de hiervoor in 2 bedoelde overwegingen.

4. Het College veroordeelt verweerder in de door appellante gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt het College vast op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Het College is van oordeel dat sprake is van samenhangende zaken in de zin van artikel 3, van het Bpb. De kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand stelt het College vast op € 534,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 534, een wegingsfactor 1 voor de zwaarte van de zaak). Beslissing Het College: verklaart de beroepen gegrond; vernietigt de bestreden besluiten; draagt verweerder op binnen 12 weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de bezwaren van appellante met inachtneming van deze uitspraak; draagt verweerder op het door appellante betaalde griffierecht van € 1.002,- te vergoeden aan appellante; veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 534,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L. Koopmans, in aanwezigheid van J.S. Nooren, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2021. w.g. R.W.L. Koopmans w.g. J.S. Nooren