Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2021:452 ECLI:NL:CBB:2021:452 AI generated

ECLI:NL:CBB:2021:452 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2021:452
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/819 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 april 2021 in de zaak tussen [naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , appellant, en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigde: mr. C.J.M. Daniels). Procesverloop Bij besluit van 28 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd appellant een tegemoetkoming te verstrekken op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (Beleidsregel). Bij besluit van 6 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. Met toestemming van partijen is afgezien van een behandeling ter zitting, waarna het College het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten. Overwegingen Aanleiding van deze procedure 1. Appellant heeft een aanvraag voor een tegemoetkoming op basis van de Beleidsregel ingediend.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2021:452 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Verweerder kan daardoor appellant niet onder een andere SBI-code beoordelen. Van bijzondere omstandigheden die maken dat verweerder ten gunste van appellant moet afwijken van de Beleidsregel is niet gebleken. Standpunt appellant 4. Appellant stelt ten eerste dat hij sinds 2016 al een sportschool exploiteert. Er is echter abusievelijk een andere SBI-code vermeld bij inschrijving in het handelsregister van de KvK. Daardoor is nu een verzoek tot wijziging van de SBI-code bij de KvK ingediend om onder de SBI-codes 93.11.2 (sporthalen, sportzalen en gymzalen), 93.11.9 (overige sportaccommodaties), 93.13 (fitnesscentra), 93.14.3 (kracht- en vechtsport), 93.14.6 (sportscholen) en 93.19.9 (overige sportactiviteiten) te vallen.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CBB:2020:992
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/790 uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [plaats] , appellante en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigden: mr. C.J.M. Daniels, mr. R.A. van der Voort en mr. R.E. Groenewold). Procesverloop Bij besluit van 29 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellante voor een tegemoetkoming van € 4.000,- op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 afgewezen.
ECLI:NL:CBB:2020:993
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/624 uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [plaats] , appellante en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigden: mr. C.J.M. Daniels, mr. R.A. van der Voort en mr. R.E. Groenewold) Procesverloop Bij besluit van 19 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellante voor een tegemoetkoming van € 4.000,- op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 afgewezen.
ECLI:NL:CBB:2020:994
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/625 uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [plaats] , appellante (gemachtigde: mr.
ECLI:NL:CBB:2020:995
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN Zaaknummer: 20/821 uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen [naam 1] , h.o.d.n.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/819 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 april 2021 in de zaak tussen [naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , appellant, en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigde: mr. C.J.M. Daniels). Procesverloop Bij besluit van 28 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd appellant een tegemoetkoming te verstrekken op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (Beleidsregel). Bij besluit van 6 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. Met toestemming van partijen is afgezien van een behandeling ter zitting, waarna het College het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten. Overwegingen Aanleiding van deze procedure 1. Appellant heeft een aanvraag voor een tegemoetkoming op basis van de Beleidsregel ingediend.

2. Over de onderneming van appellant was op 15 maart 2020 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) de SBI-code 73.11 (reclamebureaus) opgenomen, en als bedrijfsomschrijving ‘het aanbieden van een marketing concept.’ 3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen. De SBI-code waarmee appellant is geregistreerd, staat wel in Bijlage 1 van de Beleidsregel, maar er is niet voldaan aan de in Bijlage aan deze code verbonden voorwaarde dat de onderneming een standbouwer moet zijn. Bij het bestreden besluit heeft verweerder beoordeeld dat de bedrijfsomschrijving niet aansluit bij de gestelde feitelijke werkzaamheden.

Verweerder kan daardoor appellant niet onder een andere SBI-code beoordelen. Van bijzondere omstandigheden die maken dat verweerder ten gunste van appellant moet afwijken van de Beleidsregel is niet gebleken. Standpunt appellant 4. Appellant stelt ten eerste dat hij sinds 2016 al een sportschool exploiteert. Er is echter abusievelijk een andere SBI-code vermeld bij inschrijving in het handelsregister van de KvK. Daardoor is nu een verzoek tot wijziging van de SBI-code bij de KvK ingediend om onder de SBI-codes 93.11.2 (sporthalen, sportzalen en gymzalen), 93.11.9 (overige sportaccommodaties), 93.13 (fitnesscentra), 93.14.3 (kracht- en vechtsport), 93.14.6 (sportscholen) en 93.19.9 (overige sportactiviteiten) te vallen.

Verder stelt appellant onevenredig geraakt te zijn. Er is voorbij gegaan aan de doelstelling van de Beleidsregel, omdat deze in het leven is geroepen voor de situatie waarin appellant zich bevindt. Daarnaast hebben andere concurrenten wel een tegemoetkoming ontvangen, ook al hebben zij later hun SBI-code gewijzigd. Appellant meent dat verweerder het vertrouwen gewekt heeft dat de feitelijke werkzaamheden doorslaggevend zijn. Beoordeling door het College 5. Het College heeft verschillende uitspraken gedaan over de Beleidsregel. Het College verwijst naar de uitspraken van 22 december 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:992, ECLI:NL:CBB:2020:993, ECLI:NL:CBB:2020:994 en ECLI:NL:CBB:2020:995).

Daarin is onder meer opgenomen dat de Beleidsregel moet worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit houdt in dat de rechter alleen kan toetsen of het beleid op consistente wijze is toegepast.

6. Net als in genoemde uitspraken heeft verweerder zijn beleid in dit geval op consistente wijze toegepast. Verweerder hoeft geen rekening te houden met wijzigingen die in het handelsregister zijn doorgevoerd na de peildatum, ook niet als het gaat om wijzigingen met terugwerkende kracht. In het geval van appellant is verweerder terecht uitgegaan van de op 15 maart 2020 geregistreerde SBI-code 73.11. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen omdat niet aan de in Bijlage 1 bij deze SBI-code vermelde voorwaarde wordt voldaan: de onderneming van appellant betreft niet een standbouwer.

7. Bij toepassing van de Beleidsregel toetst verweerder ook of de bedrijfsomschrijving, zoals die op de peildatum was geregistreerd, aanknopingspunten biedt voor een daarbij passende SBI-code die wel op de lijst in die Bijlage is vermeld. Verweerder heeft terecht geconstateerd dat daar in dit geval geen sprake van is. Ook in zoverre heeft verweerder zijn beleid consistent toegepast.

8. Het College volgt verweerder in het standpunt dat niet is gebleken dat appellant door het bestreden besluit onevenredig is geraakt. Ook is het College niet gebleken dat er tijdens de bezwaarprocedure het vertrouwen is gewekt dat zou worden gekeken naar de feitelijke werkzaamheden, anders dan voor de beoordeling over het verrichten van activiteiten als standhouder. Conclusie 9. Het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L. Koopmans, in aanwezigheid van J.S. Nooren, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 april 2021. de voorzitter is verhinderd de de griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen uitspraak te ondertekenen