Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2021:426 ECLI:NL:CBB:2021:426 AI generated

ECLI:NL:CBB:2021:426 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2021:426
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/838 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2021 in de zaak tussen [naam] B.V., te [plaats] , appellante (gemachtigde: M. Mooij), en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigde: E.L. Schoonman-Duineveld). Procesverloop Bij besluit van 8 juni 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder naar aanleiding van een door appellante ingediende Melding niet-aansluitende SBI-code geweigerd appellante een tegemoetkoming te verstrekken op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (Beleidsregel). Bij besluit van 13 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. Met toestemming van partijen is afgezien van een behandeling ter zitting, waarna het College het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten. Overwegingen Aanleiding van deze procedure 1. Appellante heeft een Melding niet-aansluitende SBI-code ingediend.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2021:426 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Standpunt appellante 4. Appellante voert aan dat wel sprake is van bijzondere omstandigheden die er toe leiden dat moet worden afgeweken van de Beleidsregel. Uit de gerealiseerde omzet over de jaren 2014-2019 blijkt dat deze in grote mate wordt behaald met opdrachten uit de evenementenbranche, namelijk met het organiseren van vervoer van goederen in opdracht van bouwers en inrichters van beurzen, congressen en evenementen. Al deze werkzaamheden zijn door Covid-19 komen te vervallen. Appellante verricht vrijwel uitsluitend diensten voor direct gedupeerde ondernemingen, en is om die reden indirect getroffen door de Covid-19 maatregelen.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CBB:2020:992
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/790 uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [plaats] , appellante en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigden: mr. C.J.M. Daniels, mr. R.A. van der Voort en mr. R.E. Groenewold). Procesverloop Bij besluit van 29 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellante voor een tegemoetkoming van € 4.000,- op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 afgewezen.
ECLI:NL:CBB:2020:993
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/624 uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [plaats] , appellante en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigden: mr. C.J.M. Daniels, mr. R.A. van der Voort en mr. R.E. Groenewold) Procesverloop Bij besluit van 19 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellante voor een tegemoetkoming van € 4.000,- op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 afgewezen.
ECLI:NL:CBB:2020:994
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/625 uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [plaats] , appellante (gemachtigde: mr.
ECLI:NL:CBB:2020:995
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN Zaaknummer: 20/821 uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen [naam 1] , h.o.d.n.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/838 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2021 in de zaak tussen [naam] B.V., te [plaats] , appellante (gemachtigde: M. Mooij), en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigde: E.L. Schoonman-Duineveld). Procesverloop Bij besluit van 8 juni 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder naar aanleiding van een door appellante ingediende Melding niet-aansluitende SBI-code geweigerd appellante een tegemoetkoming te verstrekken op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (Beleidsregel). Bij besluit van 13 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. Met toestemming van partijen is afgezien van een behandeling ter zitting, waarna het College het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten. Overwegingen Aanleiding van deze procedure 1. Appellante heeft een Melding niet-aansluitende SBI-code ingediend.

2. Over de onderneming was op 15 maart 2020 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) de SBI-code 49.41 (Goederenvervoer over de weg) opgenomen, en als bedrijfsomschrijving ‘transportbedrijf’.

3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen. In het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat de omschrijving van de werkzaamheden zoals die op 15 maart 2020 in het handelsregister stond bepalend is. Uit de bedrijfsomschrijving blijkt volgens verweerder niet dat appellante facilitaire diensten verricht of congressen of beurzen organiseert, zodat niet tegemoet wordt gekomen aan het verzoek om uit te gaan van de SBI-code 81.10 of 82.30. Verweerder is uitgegaan van de SBI-code 49.41. Deze code is terecht niet in de Beleidsregel opgenomen. Verweerder heeft overwogen dat niet is gebleken van zodanig bijzondere omstandigheden, waardoor hij zou moeten afwijken van de Beleidsregel.

Standpunt appellante 4. Appellante voert aan dat wel sprake is van bijzondere omstandigheden die er toe leiden dat moet worden afgeweken van de Beleidsregel. Uit de gerealiseerde omzet over de jaren 2014-2019 blijkt dat deze in grote mate wordt behaald met opdrachten uit de evenementenbranche, namelijk met het organiseren van vervoer van goederen in opdracht van bouwers en inrichters van beurzen, congressen en evenementen. Al deze werkzaamheden zijn door Covid-19 komen te vervallen. Appellante verricht vrijwel uitsluitend diensten voor direct gedupeerde ondernemingen, en is om die reden indirect getroffen door de Covid-19 maatregelen.

Door vast te houden aan de SBI-codes op 15 maart 2020 handelt verweerder in strijd met het doel van de Beleidsregel. Beoordeling door het College 5. Het College heeft verschillende uitspraken gedaan over de Beleidsregel. Het College verwijst naar de uitspraken van 22 december 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:992, ECLI:NL:CBB:2020:993, ECLI:NL:CBB:2020:994 en ECLI:NL:CBB:2020:995). Daarin is onder meer opgenomen dat de Beleidsregel moet worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit houdt in dat de rechter alleen kan toetsen of het beleid op consistente wijze is toegepast.

6. Net als in genoemde uitspraken heeft verweerder zijn beleid in dit geval op consistente wijze toegepast. Niet de feitelijke activiteiten, maar hetgeen op de peildatum is geregistreerd in het handelsregister is leidend. De ondernemer is verantwoordelijk voor een juiste inschrijving in het handelsregister. In het geval van appellante heeft verweerder de aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel dan ook terecht afgewezen omdat de SBI-code waaronder appellante op 15 maart 2020 was geregistreerd, niet is vermeld in Bijlage 1.

7. Bij toepassing van de Beleidsregel toetst verweerder ook of de bedrijfsomschrijving, zoals die op de peildatum was geregistreerd, aanknopingspunten biedt voor een daarbij passende SBI-code die wel op de lijst in die Bijlage is vermeld. Verweerder heeft terecht geconstateerd dat daar in dit geval geen sprake van is. Ook in zoverre heeft verweerder zijn beleid consistent toegepast.

8. Het College volgt verweerder in het standpunt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die een afwijking van de Beleidsregel rechtvaardigen.

9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L. Koopmans, in aanwezigheid van mr. L.N. Foppen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021. de voorzitter is verhinderd de de griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen uitspraak te ondertekenen