Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2021:382 ECLI:NL:CBB:2021:382 AI generated

ECLI:NL:CBB:2021:382 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2021:382
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/902 uitspraak van de meervoudige kamer van 6 april 2021 in de zaak tussen [naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , appellant en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigden: mr. C.J.M. Daniels en mr. S. van Rijn). Procesverloop Bij besluit van 22 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellant tegen de afwijzing van een tegemoetkoming van € 4.000,- op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (Beleidsregel) niet-ontvankelijk verklaard. Bij besluit van 28 januari 2021 (het herziene besluit) heeft verweerder een herziene beslissing op bezwaar genomen. Het bezwaar is daarbij alsnog ongegrond verklaard. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2021. Aan de zitting hebben deelgenomen appellant en zijn tolk [naam 3] , en daarnaast de gemachtigden van verweerder. Overwegingen Aanleiding van deze procedure 1. Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2021:382 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Er zijn volgens verweerder verder ook geen bijzondere omstandigheden die maken dat verweerder ten gunste van appellant moet afwijken van de Beleidsregel. Herziene besluit in beroep 4. Nadat de aanvraag van appellant is afgewezen, heeft appellant bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard. In beroep is verweerder teruggekomen op zijn standpunt en heeft hij het bezwaar alsnog inhoudelijk beoordeeld. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep van appellant van rechtswege mede betrekking op het herziene besluit.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CBB:2020:992
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/790 uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [plaats] , appellante en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigden: mr. C.J.M. Daniels, mr. R.A. van der Voort en mr. R.E. Groenewold). Procesverloop Bij besluit van 29 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellante voor een tegemoetkoming van € 4.000,- op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 afgewezen.
ECLI:NL:CBB:2020:993
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/624 uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [plaats] , appellante en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigden: mr. C.J.M. Daniels, mr. R.A. van der Voort en mr. R.E. Groenewold) Procesverloop Bij besluit van 19 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellante voor een tegemoetkoming van € 4.000,- op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 afgewezen.
ECLI:NL:CBB:2020:994
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/625 uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [plaats] , appellante (gemachtigde: mr.
ECLI:NL:CBB:2020:995
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN Zaaknummer: 20/821 uitspraak van de meervoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen [naam 1] , h.o.d.n.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/902 uitspraak van de meervoudige kamer van 6 april 2021 in de zaak tussen [naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , appellant en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigden: mr. C.J.M. Daniels en mr. S. van Rijn). Procesverloop Bij besluit van 22 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellant tegen de afwijzing van een tegemoetkoming van € 4.000,- op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (Beleidsregel) niet-ontvankelijk verklaard. Bij besluit van 28 januari 2021 (het herziene besluit) heeft verweerder een herziene beslissing op bezwaar genomen. Het bezwaar is daarbij alsnog ongegrond verklaard. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2021. Aan de zitting hebben deelgenomen appellant en zijn tolk [naam 3] , en daarnaast de gemachtigden van verweerder. Overwegingen Aanleiding van deze procedure 1. Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel.

2. Over de onderneming van appellant waren op 15 maart 2020 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) de SBI-codes 72.19.2, 62.02 en 63.12 opgenomen, en als bedrijfsomschrijving ‘Het bedenken, ontwikkelen en realiseren van technologische producten. Ontwikkelen van een online platform.’.

3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat de SBI-code die appellant had ingevuld, te weten Winkels in ijzerwaren en gereedschappen (47.52.1), anders is dan de SBI-codes waaronder hij op de peildatum 15 maart 2020 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) is ingeschreven, en de SBI-codes waaronder hij wel is ingeschreven niet zijn opgenomen in Bijlage 1 bij de Beleidsregel. Dat appellant, zoals hij stelt, feitelijk andere activiteiten verricht dan wat overeenkomt met de geregistreerde SBI-code, maakt dit niet anders. Verder heeft verweerder geconstateerd dat de omschrijving van de bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in het handelsregister geen aanknopingspunten biedt voor de toepassing van een andere SBI-code, die wel in Bijlage 1 staat.

Er zijn volgens verweerder verder ook geen bijzondere omstandigheden die maken dat verweerder ten gunste van appellant moet afwijken van de Beleidsregel. Herziene besluit in beroep 4. Nadat de aanvraag van appellant is afgewezen, heeft appellant bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard. In beroep is verweerder teruggekomen op zijn standpunt en heeft hij het bezwaar alsnog inhoudelijk beoordeeld. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep van appellant van rechtswege mede betrekking op het herziene besluit.

Niet gebleken is dat appellant belang heeft bij een beoordeling van het beroep tegen het bestreden besluit. Het beroep gericht tegen dit besluit zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Omdat verweerder een herziene beslissing heeft genomen naar aanleiding van het beroep van appellant, dient verweerder het door appellant betaalde griffierecht te vergoeden. Standpunt appellant 5. Appellant voert aan dat verweerder ten onrechte geen rekening houdt met de na de peildatum gewijzigde SBI-codes. Het is niet meer dan logisch dat de activiteiten van een onderneming als die van appellant kunnen veranderen.

Het product van appellant wordt primair gebruikt in detailhandel en verschillende evenementen. Appellant begrijpt niet dat verweerder ondernemingen heeft gevraagd om de inschrijving in het handelsregister te wijzigen naar de feitelijke situatie, om vervolgens te concluderen dat een wijziging na de peildatum toch niet wordt meegenomen. Gelet op de crisissituatie is het onredelijk om vast te houden aan de SBI-codes op de peildatum. Beoordeling door het College 6. Het College heeft verschillende uitspraken gedaan over de Beleidsregel. Het College verwijst naar de uitspraken van 22 december 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:992, ECLI:NL:CBB:2020:993, ECLI:NL:CBB:2020:994 en ECLI:NL:CBB:2020:995).

Daarin is onder meer opgenomen dat de Beleidsregel moet worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit houdt in dat de rechter alleen kan toetsen of het beleid op consistente wijze is toegepast.

7. Net als in genoemde uitspraken heeft verweerder zijn beleid in dit geval op consistente wijze toegepast. Verweerder hoeft geen rekening te houden met wijzigingen die in het handelsregister zijn doorgevoerd na de peildatum, ook niet als het gaat om wijzigingen met terugwerkende kracht. In het geval van appellant heeft verweerder de aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel dan ook terecht afgewezen omdat de SBI-codes waaronder appellant op 15 maart 2020 was geregistreerd, niet zijn vermeld in Bijlage 1.

8. Bij toepassing van de Beleidsregel toetst verweerder ook of de bedrijfsomschrijving, zoals die op de peildatum was geregistreerd, aanknopingspunten biedt voor een daarbij passende SBI-code die wel op de lijst in die Bijlage is vermeld. Verweerder heeft terecht geconstateerd dat daar in dit geval geen sprake van is. Ook in zoverre heeft verweerder zijn beleid consistent toegepast.

9. Dat aan appellant de toezegging is gedaan dat de tegemoetkoming zou worden toegekend nadat hij de SBI-codes zou wijzigen, is niet gebleken. Conclusie 10. Het beroep tegen het bestreden besluit is niet-ontvankelijk. Het beroep tegen de herziene beslissing is ongegrond.

11. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerkende proceskosten. Wel dient verweerder het door appellant betaalde griffierecht te vergoeden. Beslissing Het College: - verklaart het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk; - verklaart het beroep tegen de herziene beslissing ongegrond; - draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 354,- aan appellant te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L. Koopmans, mr. J.H. de Wildt en mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. L.N. Foppen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 april 2021. de voorzitter is verhinderd de de griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen uitspraak te ondertekenen