Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2021:298 ECLI:NL:CBB:2021:298 AI generated

ECLI:NL:CBB:2021:298 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2021:298
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/94 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2021 op het verzet van Maatschap [naam] , te [plaats] , appellante (gemachtigde: mr. H. Sikkema) Procesverloop Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 28 november 2019. Bij uitspraak van 4 augustus 2020 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 4 augustus 2020 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat (de gemachtigde van) appellante, na bij griffiersbrief van 21 februari 2020 in de gelegenheid te zijn gesteld het verschuldigde griffierecht te betalen, dit niet heeft gedaan.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2021:298 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: In verzet is naar voren gebracht dat binnen de organisatie van de gemachtigde van appellante de griffiersbrief van 21 februari 2020 aan de crediteurenadministratie is gezonden met de opdracht om zorg te dragen voor betaling van het griffierecht, maar dat dit door een miscommunicatie niet is gedaan. Dit verzuim binnen de organisatie van de gemachtigde mag niet aan appellante worden tegengeworpen.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Bij uitspraak van 4 augustus 2020 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/94 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2021 op het verzet van Maatschap [naam] , te [plaats] , appellante (gemachtigde: mr. H. Sikkema) Procesverloop Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 28 november 2019. Bij uitspraak van 4 augustus 2020 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 4 augustus 2020 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat (de gemachtigde van) appellante, na bij griffiersbrief van 21 februari 2020 in de gelegenheid te zijn gesteld het verschuldigde griffierecht te betalen, dit niet heeft gedaan.

2. In verzet is naar voren gebracht dat binnen de organisatie van de gemachtigde van appellante de griffiersbrief van 21 februari 2020 aan de crediteurenadministratie is gezonden met de opdracht om zorg te dragen voor betaling van het griffierecht, maar dat dit door een miscommunicatie niet is gedaan. Dit verzuim binnen de organisatie van de gemachtigde mag niet aan appellante worden tegengeworpen.

3. Het College volgt dit niet. Volgens vaste rechtspraak (ook) van het College komen fouten van een gemachtigde voor rekening en risico van degene die de machtiging heeft gegeven, in dit geval appellante. Het verzet is daarom ongegrond. Mogelijke (rechts)gevolgen in de verhouding tussen appellante en de gemachtigde zijn in deze procedure bij de bestuursrechter niet aan de orde.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2021. w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer