Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2021:265 ECLI:NL:CBB:2021:265 AI generated

ECLI:NL:CBB:2021:265 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2021:265
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/840 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2021 op het verzet van [naam 1] B.V., te [plaats] , appellante (gemachtigde: R. Lok) Procesverloop Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 10 augustus 2020 (bestreden besluit). Bij uitspraak van 15 december 2020 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 15 december 2020 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat niet tijdig een machtiging is overgelegd.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2021:265 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Lok) Procesverloop Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 10 augustus 2020 (bestreden besluit). Bij uitspraak van 15 december 2020 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 15 december 2020 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat niet tijdig een machtiging is overgelegd.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Bij uitspraak van 15 december 2020 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 20/840 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2021 op het verzet van [naam 1] B.V., te [plaats] , appellante (gemachtigde: R. Lok) Procesverloop Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 10 augustus 2020 (bestreden besluit). Bij uitspraak van 15 december 2020 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 15 december 2020 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat niet tijdig een machtiging is overgelegd.

2. In verzet is het College tot het oordeel gekomen dat redelijkerwijs niet kan worden gezegd dat appellante in verzuim is geweest. De griffier van het College heeft Lok, die werkzaam is bij Zonnestroom Nederland B.V. te Leusden, bij brief van 25 september 2020 verzocht het door hem (nog) niet ondertekende beroepschrift alsnog te ondertekenen. Enkele dagen daarna heeft Lok het beroepschrift aan het College teruggestuurd voorzien van naam en handtekening van [naam 2] , eigenaar van appellante. Gevoegd bij het gegeven dat het bestreden besluit is gericht aan appellante “p/a Zonnestroom Nederland B.V.”, acht het College dit toereikend om aan te nemen dat Lok door appellante was gemachtigd om beroep in te stellen. Het verzet is daarom gegrond.

3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 15 december 2020 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2021. w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer