Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2021:1073 ECLI:NL:CBB:2021:1073 AI generated

ECLI:NL:CBB:2021:1073 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2021:1073
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/320 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 december 2021 op het verzet van [naam] B.V., te [plaats] , appellante Procesverloop Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 16 februari 2021. Bij uitspraak van 17 augustus 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 17 augustus 2021 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2021:1073 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Bij uitspraak van 17 augustus 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 17 augustus 2021 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Bij uitspraak van 17 augustus 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/320 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 december 2021 op het verzet van [naam] B.V., te [plaats] , appellante Procesverloop Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 16 februari 2021. Bij uitspraak van 17 augustus 2021 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 17 augustus 2021 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald.

2. In het verzetschrift heeft appellante het volgende vermeld: “Uiteraard ben ik bereid de griffiekosten te betalen, waarbij ik echter wel van mening ben dat eigenlijk onze onderneming de zaak zou moeten kunnen voeren zonder opnieuw extra kosten te maken.” 3. Bij brief van 14 september 2021 heeft het College appellante medegedeeld dat aan echtspersonen, zoals haar besloten vennootschap, geen vrijstelling van het wettelijk verschuldigde griffierecht kan worden verleend. Vervolgens heeft het College appellante opnieuw in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen vier weken te betalen.

4. Het College stelt vast dat het griffierecht wederom niet is betaald. Het verzet moet daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat het beroep van appellante niet inhoudelijk zal worden behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 december 2021. w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel