Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2019:514 ECLI:NL:CBB:2019:514 AI generated

ECLI:NL:CBB:2019:514 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2019:514
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 19/552 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 oktober 2019 op het verzet van [naam] , te [plaats] , appellant, gemachtigde: mr. J. ten Hoven-de Beer, te Kollumerpomp Procesverloop Appellant heeft tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 15 februari 2019 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Bij uitspraak van 9 juli 2019 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft tegen de uitspraak van 9 juli 2019 verzet gedaan en heeft daarbij verzocht om te worden gehoord. Het verzet is behandeld ter zitting van 19 september 2019. Appellant is niet verschenen. De minister heeft zich niet laten vertegenwoordigen. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant, na bij aangetekend verzonden griffiersbrief van 16 april 2019 in de gelegenheid te zijn gesteld de gronden van het beroep binnen vier weken in te dienen, dat niet heeft gedaan.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2019:514 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: In het verzetschrift is aangevoerd dat de correspondentie van het College naar het oude adres van de gemachtigde is gestuurd en daardoor te laat is ontvangen.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Bij uitspraak van 9 juli 2019 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 19/552 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 oktober 2019 op het verzet van [naam] , te [plaats] , appellant, gemachtigde: mr. J. ten Hoven-de Beer, te Kollumerpomp Procesverloop Appellant heeft tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 15 februari 2019 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Bij uitspraak van 9 juli 2019 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft tegen de uitspraak van 9 juli 2019 verzet gedaan en heeft daarbij verzocht om te worden gehoord. Het verzet is behandeld ter zitting van 19 september 2019. Appellant is niet verschenen. De minister heeft zich niet laten vertegenwoordigen. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant, na bij aangetekend verzonden griffiersbrief van 16 april 2019 in de gelegenheid te zijn gesteld de gronden van het beroep binnen vier weken in te dienen, dat niet heeft gedaan.

2. In het verzetschrift is aangevoerd dat de correspondentie van het College naar het oude adres van de gemachtigde is gestuurd en daardoor te laat is ontvangen.

3. In verzet is slechts de vraag of het College het beroep van appellant terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard aan de orde. Het is aan appellant om een adreswijziging (tijdig) door te geven. Het gewijzigde correspondentieadres is pas in het verzetschrift en daarmee niet tijdig aan het College doorgegeven. Het College mocht daarom uitgaan van het bij hem bekende correspondentieadres. Het verzet is (reeds) om die reden ongegrond.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2019. w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer