Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2019:507 ECLI:NL:CBB:2019:507 AI generated

ECLI:NL:CBB:2019:507 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2019:507
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 19/146 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2019 op het verzet van Tuinbouwbedrijf [naam 1] B.V. , te [plaats] , appellante, Procesverloop Appellante heeft (kennelijk) tegen de beslissing op bezwaar van de Kamer van Koophandel van 15 november 2018 beroep ingesteld. Bij uitspraak van 7 mei 2019 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 7 mei 2019 verzet gedaan en heeft daarbij verzocht te worden gehoord. Het verzet is behandeld ter zitting van 19 september 2019. Namens appellante is verschenen [naam 2] . De minister heeft zich niet laten vertegenwoordigen. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante, na bij aangetekend verzonden griffiersbrief van 29 januari 2019 in de gelegenheid te zijn gesteld de gronden van het beroep binnen vier weken in te dienen, dat niet heeft gedaan.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2019:507 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Appellante heeft in het verzetschrift aangevoerd dat de situatie van het bedrijf erg belangrijk en complex is en dat een zitting nodig is om dat te kunnen uitleggen. Ter zitting heeft J.H.M. Jansen verklaard dat zij in de veronderstelling was dat de Kamer van Koophandel nog stukken zou indienen en daarom heeft gewacht met het indienen van de gronden.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Bij uitspraak van 7 mei 2019 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 19/146 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2019 op het verzet van Tuinbouwbedrijf [naam 1] B.V. , te [plaats] , appellante, Procesverloop Appellante heeft (kennelijk) tegen de beslissing op bezwaar van de Kamer van Koophandel van 15 november 2018 beroep ingesteld. Bij uitspraak van 7 mei 2019 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 7 mei 2019 verzet gedaan en heeft daarbij verzocht te worden gehoord. Het verzet is behandeld ter zitting van 19 september 2019. Namens appellante is verschenen [naam 2] . De minister heeft zich niet laten vertegenwoordigen. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante, na bij aangetekend verzonden griffiersbrief van 29 januari 2019 in de gelegenheid te zijn gesteld de gronden van het beroep binnen vier weken in te dienen, dat niet heeft gedaan.

2. Appellante heeft in het verzetschrift aangevoerd dat de situatie van het bedrijf erg belangrijk en complex is en dat een zitting nodig is om dat te kunnen uitleggen. Ter zitting heeft J.H.M. Jansen verklaard dat zij in de veronderstelling was dat de Kamer van Koophandel nog stukken zou indienen en daarom heeft gewacht met het indienen van de gronden.

3. In verzet is slechts aan de orde of het College het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Wat in verzet is aangevoerd levert geen grond op voor het oordeel dat appellante niet in verzuim is geweest. Appellante had zich binnen de gestelde termijn ten minste tot het College kunnen wenden met een verzoek om uitstel of informatie. Het verzet is daarom ongegrond.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2019. w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer