Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2019:131 ECLI:NL:CBB:2019:131 AI generated

ECLI:NL:CBB:2019:131 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2019:131
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 18/2556 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2019 op het verzet van Maatschap [naam] , te [plaats] , appellante, (gemachtigde: ing. P.J. Houtsma) Procesverloop Appellante heeft tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 14 september 2018 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Bij uitspraak van 5 februari 2019 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 5 februari 2019 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat ing. P.J. Houtsma, na bij griffiersbrief van 15 november 2018 in de gelegenheid te zijn gesteld alsnog bescheiden in te zenden waaruit blijkt dat hij gemachtigd is het beroepschrift namens appellante in te dienen, dat niet heeft gedaan.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2019:131 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: In verzet is gebleken dat ing. P.J. Houtsma tijdig de verzochte bescheiden heeft ingediend. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Bij uitspraak van 5 februari 2019 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 18/2556 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 april 2019 op het verzet van Maatschap [naam] , te [plaats] , appellante, (gemachtigde: ing. P.J. Houtsma) Procesverloop Appellante heeft tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 14 september 2018 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Bij uitspraak van 5 februari 2019 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft tegen de uitspraak van 5 februari 2019 verzet gedaan. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat ing. P.J. Houtsma, na bij griffiersbrief van 15 november 2018 in de gelegenheid te zijn gesteld alsnog bescheiden in te zenden waaruit blijkt dat hij gemachtigd is het beroepschrift namens appellante in te dienen, dat niet heeft gedaan.

2. In verzet is gebleken dat ing. P.J. Houtsma tijdig de verzochte bescheiden heeft ingediend. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.

3. Nu het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 5 februari 2019 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 april 2019. w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer