Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2018:513 ECLI:NL:CBB:2018:513 AI generated

ECLI:NL:CBB:2018:513 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2018:513
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 18/720 5111 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2018 op het verzet van [naam] , te [plaats] , appellant Procesverloop Appellant heeft bij brief van 14 mei 2018, bij het College ontvangen op 17 mei 2018, tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 22 maart 2018 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Bij uitspraak van 19 juni 2018 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2018:513 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Bij uitspraak van 19 juni 2018 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Bij uitspraak van 19 juni 2018 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 18/720 5111 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2018 op het verzet van [naam] , te [plaats] , appellant Procesverloop Appellant heeft bij brief van 14 mei 2018, bij het College ontvangen op 17 mei 2018, tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 22 maart 2018 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Bij uitspraak van 19 juni 2018 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft tegen de uitspraak van 19 juni 2018 verzet gedaan. Hij heeft daarbij niet verzocht om te worden gehoord. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de beroepstermijn is overschreden en niet is gebleken van enige grond die redelijkerwijs leidt tot het oordeel dat appellant niet in verzuim is geweest. 2 Appellant heeft in verzet aangevoerd dat hij ervan uitging dat de beroepstermijn van zes weken 42 werkdagen betrof en dat een wettelijke termijn redelijkerwijs niet alleen als uitgangspunt kan dienen.

3. In wat appellant in verzet heeft aangevoerd ziet het College geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 19 juni 2018. Appellant is bij het bestreden besluit correct geïnformeerd over de beroepsmogelijkheid en de termijn die daarvoor geldt. De wijze waarop appellant deze informatie heeft uitgelegd dient voor zijn rekening te blijven. De wettelijke termijn is uitgangspunt. Indien overschrijding van de termijn verschoonbaar is, wordt de termijnoverschrijding betrokkene niet tegengeworpen. Deze situatie doet zich hier niet voor.

4. Gelet op het voorgaande moet het verzet ongegrond worden verklaard. Dat betekent dat de uitspraak van 19 juni 2018 in stand blijft.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding. Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van R. van Cuilenborg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2018. w.g. T.G.M. Simons w.g. R. van Cuilenborg