Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2018:33 ECLI:NL:CBB:2018:33 AI generated

ECLI:NL:CBB:2018:33 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2018:33
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 16/945 5111 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2018 in de zaak tussen [naam 1] , voorheen handelend onder de naam “Manege [naam 2] ”, thans handelend onder de naam “Stoeterij [naam 2] ”, te [plaats] , appellante en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigde: mr. C. Cromheecke). Procesverloop Bij besluit van 16 juni 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder beslist op de aanvraag van appellante om toewijzing van betalingsrechten op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2018:33 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: C. Cromheecke). Procesverloop Bij besluit van 16 juni 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder beslist op de aanvraag van appellante om toewijzing van betalingsrechten op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 16/945 5111 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2018 in de zaak tussen [naam 1] , voorheen handelend onder de naam “Manege [naam 2] ”, thans handelend onder de naam “Stoeterij [naam 2] ”, te [plaats] , appellante en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigde: mr. C. Cromheecke). Procesverloop Bij besluit van 16 juni 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder beslist op de aanvraag van appellante om toewijzing van betalingsrechten op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB.

Bij besluit van 17 oktober 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft bij schrijven van 2 januari 2018 meegedeeld dat hij heeft besloten om het bestreden besluit te herzien. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 januari 2018. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gevolmachtigde, [naam 3] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het College onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing Het College: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak; - draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- aan appellante te vergoeden. Overwegingen 1. Het College geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Verweerder heeft de onrechtmatigheid van het bestreden besluit erkend. Het beroep is dus gegrond en het bestreden besluit moet worden vernietigd. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het College stelt hiervoor een termijn van acht weken.

3. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. J.B.C. van der Veer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2018. w.g. A. Venekamp w.g. J.B.C. van der Veer