Belgian court annuls temporary bar license decision due to failure to request continuation of suspended proceedings.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State annulled the municipality's decision granting a temporary license for a pop-up bar. The applicant had successfully obtained a suspension of the decision's enforcement, but neither the municipality nor the intervening party requested the continuation of proceedings within the statutory thirty-day period. Consequently, the court declared the previously established illegality final and binding, overturning the administrative decision.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 17, § 6 of the Coordinated Council of State Rules and Article 11/2, § 1 of the 1948 Regent's Decision: If a party subject to accelerated proceedings fails to request the continuation of proceedings within thirty days of the suspension order, the court may declare the underlying decision null and binding.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 264.080 van 5 september 2025
in de zaak A. 244.491/X-19.023
In zake: 1. R.V.
2. L.D.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Meindert Gees en Hanna Biebauw kantoor houdend te 8500 Kortrijk Engelse Wandeling 2F5
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de GEMEENTE MALDEGEM
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jonas De Wit en Julie Swerts kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij:
L.C.
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Van Hulle kantoor houdend te 9930 Lievegem Zomerlaan 1 bus 0102
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 26 maart 2025, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Maldegem van 18 maart 2025 ‘Tijdelijke drankvergunning voor zomer pop-upbar 2025 Carmello’.
X-19.023-1/4
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 262.957 van 9 april 2025 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd.
Het genoemde arrest is op 15 april 2025 aan de verwerende partij en de tussenkomende partij ter kennis gebracht.
Op 9 juli 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Gelet op artikel 17, § 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-
rechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de schorsing gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt.
X-19.023-2/4
4. In het arrest 262.957 van 9 april 2025 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bevolen.
Noch de verwerende partij, noch de tussenkomende partij, heeft een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend en betwist derhalve niet de beoordeling van het in dat schorsingsarrest ernstig bevonden middel.
5. De Raad van State ziet geen reden om de onwettigheid die in het schorsingsarrest voorlopig is vastgesteld, ten gronde niet bij te vallen.
Het eerste middel is gegrond in de mate waarin het eerder in het voornoemde schorsingsarrest ernstig werd bevonden.
BESLISSING
1. De Raad van State vernietigt het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Maldegem van 18 maart 2025 ‘Tijdelijke drankvergunning voor zomer pop-upbar 2025 Carmello’.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk.
De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
X-19.023-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijf september tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Jan Clement, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Jan Clement
X-19.023-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.080