Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.167 ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.167 Généré par l'IA

Court dismisses appeal for lack of interest due to missed response deadline under administrative procedure rules.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.167
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's appeal to annul a decision transferring a dog to a shelter. The applicant failed to submit a counter-memoir within the sixty-day statutory period required by administrative procedure regulations. Consequently, the court found the applicant lacked the necessary legal interest to pursue the annulment, resulting in a dismissal and an order to pay costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 21, second paragraph; Article 14bis, first paragraph of the Council of State Rules; The absence of a timely counter-memoir constitutes a lack of legal interest, thereby barring the annulment of the contested administrative decision.

Mots-clés

Généré par l'IA
lack of legal interest missed procedural deadline counter-memoir requirement administrative appeal dismissal costs of proceedings expulsion d'un logement bien exproprié impôt sur les chiens

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, second paragraph of the Council of State Rules
Article 14bis, first paragraph of the Regent's Decision of 23 August 1948
Article 7 of the Regent's Decision of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 256.167 van 30 maart 2023

in de zaak A. 236.761/VII-41.578

In zake: Albert Daplincourt bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Brecht Gekiere kantoor houdend te 8670 Koksijde Leopold II-laan 15

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 6 juli 2022, strekt tot de nietigverklaring van de bestemmingsbeslissing van de afdeling Dierenwelzijn van het departement Omgeving van 13 mei 2022 waarbij een hond in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ in volle eigendom wordt gegeven aan het asiel waar de hond verblijft.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoeker ter kennis werd gebracht op 12 oktober 2022.

VII-41.578-1/3

Op respectievelijk 2 februari 2023 en 17 januari 2023 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.

Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent.

Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.

4. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.

VII-41.578-2/3

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertig maart tweeduizend drieëntwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Pierre Lefranc, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.

De griffier De voorzitter

Elisabeth Impens Pierre Lefranc

VII-41.578-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.256.167