Court dismisses appeal due to plaintiff's failure to request continuation after auditor's report.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the plaintiff's appeal inadmissible, ruling that the party had implicitly withdrawn the proceedings. Although the plaintiff requested the invalidation of a fine for vehicle overloading, the court noted that after the auditor's report recommended dismissal, the plaintiff failed to request continuation within the statutory thirty-day period. Consequently, the presumption of withdrawal of proceedings applied, leading to the dismissal of the case and an order for the plaintiff to bear the costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 21, paragraph 7 of the coordinated State Council laws; When a party fails to request continuation of proceedings within thirty days after the auditor's report recommending dismissal is served, a presumption of withdrawal of proceedings applies.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 249.024 van 25 november 2020
in de zaak A. 226.988/XII-8665
In zake: de NV JOST & CIE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alain Franken kantoor houdend te 4000 Luik Boulevard de la Sauvenière 91
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het VLAAMSE GEWEST
dat woonplaats kiest bij het agentschap Wegen en Verkeer gevestigd te 1000 Brussel Koning Albert II-laan 20, bus 4
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 13 december 2018, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Vlaamse gewest van 18 oktober 2018
om aan de NV Jost & Cie een administratieve geldboete van 2.000 euro op te leggen wegens inbreuk op het verbod om het wegdek te beschadigen door overlading van een voertuig.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
XII-8665-1/3
Auditeur Thomas Maes heeft een verslag opgesteld.
Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 22 juli 2020.
Op 24 september 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.
Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.
De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
XII-8665-2/3
4. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing.
BESLISSING
1. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig november tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Johan Bovin
XII-8665-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.249.024