Court dismisses appeal due to failure to request continuation of proceedings after rejection of stay.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the applicant's appeal inadmissible, ruling that the party had implicitly abandoned the proceedings. Although the applicant had previously requested a stay of execution, that request was rejected, and the party failed to file a continuation request within the statutory thirty-day period following the rejection. Consequently, the court applied the presumption of abandonment under Article 17, Section 7 of the Council of State Rules, resulting in the dismissal of the appeal against the withdrawal of the BVBA's trading license.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, Section 7 of the Council of State Rules; When a party fails to request continuation of proceedings within thirty days after a stay of execution is rejected, a presumption of abandonment of the proceedings applies.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 248.783 van 29 oktober 2020
in de zaak A. 229.766/VII-40.719
In zake: de BVBA DUDEMSA
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steffy Mulders en Bart Smets kantoor houdend te 3600 Genk Henry Fordlaan 47
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID
VAN DE VOEDSELKETEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Depla kantoor houdend te 8310 Brugge - Sint-Kruis Karel Van Manderstraat 123
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 16 december 2019, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing waarbij de erkenning[en] die nodig zijn voor het uitoefenen van de handelsactiviteit van [de bvba Dudemsa] ingetrokken worden”, die werd meegedeeld “[b]ij brief 04.12.2019, ontvangen op 05.12.2019”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 246.529 van 23 december 2019 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing verworpen.
VII-40.719-1/3
Het genoemde arrest is op 24 december 2019 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.
Op 17 februari 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.
De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
4. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
5. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing.
VII-40.719-2/3
BESLISSING
De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.
De griffier De voorzitter
Bart Tettelin Eric Brewaeys
VII-40.719-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.783