Court dismisses appeal due to failure to request continuation of proceedings after rejected suspension. The court declares the party has abandoned the legal action.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the applicant's appeal inadmissible, ruling that the party had abandoned the proceedings. Although the applicant had previously requested urgent suspension of the administrative measures, that request was rejected, and the applicant failed to file a continuation request within the statutory thirty-day period. Consequently, the court applied the presumption of abandonment under Article 17, Section 7 of the Rules of Procedure of the Council of State and dismissed the case while ordering the applicant to bear the costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, Section 7 of the Rules of Procedure of the Council of State; When a party fails to request continuation of proceedings within thirty days after a suspension request is rejected, the court presumes abandonment of the legal action.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 248.596 van 15 oktober 2020
in de zaak A. 230.926/VII-40.838
In zake: de BVBA TIM
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marleen Ryelandt kantoor houdend te 8200 Brugge Gistelse Steenweg 472
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Archimedesstraat 7
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 5 juni 2020, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 4 mei 2020 waarbij het bestuurlijk beroep ingesteld tegen de beslissing van de burgemeester van de stad Ninove van 20 januari 2020 houdende het opleggen van bestuurlijke maatregelen, ongegrond wordt verklaard.
VII-40.838-1/3
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 247.839 van 19 juni 2020 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing verworpen.
Het genoemde arrest is op 19 juni 2020 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.
Op 26 augustus 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
VII-40.838-2/3
4. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
5. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing.
BESLISSING
1. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.
De griffier De voorzitter
Elisabeth Impens Peter Sourbron
VII-40.838-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.596