Administrative court dismisses appeal as the contested award decision was withdrawn by the government, rendering the case without subject matter.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's appeal for annulment because the underlying award decision had been withdrawn by the Minister of the Interior in February 2020. The applicant had previously sought an interim suspension of the award to Vandeputte Safety, which was granted but the substantive award was subsequently rescinded. Consequently, the court declared the appeal without subject matter and ordered the respondent to bear the legal costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 100, 101, 102 of the Code of Administrative Justice; When the administrative act under review is withdrawn or ceases to exist, the annulment action loses its subject matter and must be dismissed.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 248.481 van 6 oktober 2020
in de zaak A. 229.956/XII-8858
In zake : de BV ASSA ABLOY NEDERLAND
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steven Van Geeteruyen en Laura Kempeneers kantoor houdend te 3700 Tongeren Piepelpoel 13
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D‟Hooghe, Leen De Vuyst en Matthias De Groot kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij :
de NV VANDEPUTTE SAFETY
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist en Joris Claes kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf Van Hoornestraat 51
bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Danen kantoor houdende te 2560 Nijlen Bouwelsesteenweg 10C
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 7 januari 2020, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing d.d. 27 november 2019 van de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken, [...] waarbij de XII-8858-1/3
opdracht met nr. Procurement 2019 R3 108 betreffende een raamovereenkomst van leveringen voor de aankoop van handboeien aan de firma „Vandeputte Safety‟ werd gegund en de offerte van [de bv Assa Abloy Nederland] niet werd gekozen”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 246.884 van 28 januari 2020, verbeterd bij arrest nr. 247.003 van 6 februari 2020, is de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de beslissing van 27 november 2019 van de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, waarbij de opdracht betreffende een raamovereenkomst van leveringen voor de aankoop van handboeien wordt gegund aan de nv Vandeputte Safety en is de vordering voor het overige verworpen.
De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
Eerste auditeur Inge Vos heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 september 2020 .
Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.
Eerste auditeur Inge Vos heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
XII-8858-2/3
III. Toepassing kortedebattenprocedure
3. De bestreden gunningsbeslissing werd ingetrokken bij besluit van de minister van Binnenlandse Zaken van 18 februari 2020. De impliciete weigering tot gunning van de opdracht aan de verzoekende partij is hierdoor evenzeer uit het rechtsverkeer verdwenen. Het voorliggende beroep is derhalve zonder voorwerp geworden. In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.
De griffier De voorzitter
Greta Scheveneels Johan Bovin XII-8858-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.481