Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.455 ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.455 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to plaintiff's failure to request continuation after auditor's report.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.455
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Court of Administrative Justice declared the plaintiff's appeal for annulment abandoned because they failed to request the continuation of proceedings within thirty days of receiving the auditor's report. The plaintiff had not submitted a request to continue the case after the report recommended rejection, triggering a statutory presumption of withdrawal. Consequently, the court dismissed the appeal and ordered the parties to bear their respective costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 21, seventh paragraph of the coordinated Council of State statutes; When a plaintiff fails to request continuation of proceedings within thirty days of receiving an auditor's report recommending rejection, a presumption of withdrawal applies, resulting in the dismissal of the appeal.

Mots-clés

Généré par l'IA
presumption of withdrawal auditor's report continuation of proceedings administrative appeal costs allocation procedural default annulment action zone de protection des paysages

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, seventh paragraph of the coordinated Council of State statutes
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. 248.455 van 6 oktober 2020

in de zaak A. 223.315/X-17.023

In zake: 1. Hans VAN KEER

2. Peter BEYER

3. de VZW REGIONALE AKTIEGROEP LEEFMILIEU

DENDER EN SCHELDE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Filip De Preter, Bert Van Herreweghe en Julie Vanhoenacker kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Veerle Tollenaere kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128

bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partijen :

1. de STAD DENDERMONDE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter De Smedt kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141

bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Matthias Strubbe kantoor houdend te 8020 Oostkamp Hertsbergsestraat 4

2. de PROVINCIE OOST-VLAANDEREN

X-17.023-1/4

3. de REGIE DER GEBOUWEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door Advocaten David D‟Hooghe, Jan Bouckaert, Guan Schaiko en Ann Apers kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 25 september 2017, strekt tot de nietigverklaring van “[h]et ministerieel besluit van 17 juli 2017 tot definitieve gedeeltelijke opheffing van het ministerieel besluit van 11 oktober 1985 houdende de rangschikking als landschap van de Oude Denderloop”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.

De stad Dendermonde, de provincie Oost-Vlaanderen en de Regie der Gebouwen hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 8 januari 2018. De eerste en de derde tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld.

Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 27 januari 2020.

X-17.023-2/4

Op 20 mei 2020 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.

De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld.

Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.

De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.

4. Het vermoeden van afstand van het beroep tot nietigverklaring is te dezen van toepassing.

X-17.023-3/4

BESLISSING

1. De Raad van State spreekt de afstand van het beroep tot nietigverklaring uit.

2. De verzoekende partijen worden elk voor een derde verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

De tussenkomende partijen worden elk voor een derde verwezen in de kosten van de tussenkomsten, begroot op 450 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes oktober tweeduizend twintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.

De griffier De voorzitter

Silvan De Clercq Johan Lust

X-17.023-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.455