Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.040 ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.040 Généré par l'IA

Administrative court dismisses urgent injunction claim after defendant withdraws contested decision.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.040
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's request for an urgent suspension of the execution of the defendant's decision. The defendant subsequently withdrew the contested decision on July 1, 2020, rendering the applicant's claim without subject matter. Consequently, the court dismissed the action and ordered the defendant to bear the litigation costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Wet van de Raad van State, titel VI, hoofdstuk II; When a defendant withdraws the contested administrative decision before the court rules, the applicant's claim loses its subject matter and must be dismissed.

Mots-clés

Généré par l'IA
withdrawal of contested decision loss of subject matter urgent suspension injunction administrative litigation costs Council of State procedure adjudication de marché communal critères d'attribution évaluation des offres

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER

nr. 248.040 van 10 juli 2020

in de zaak A. 231.110/XII-8921

In zake: de BV FESTICUP

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Matthias Castelein kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de INTERGEMEENTELIJKE VERENIGING VOOR

GRONDBELEID EN EXPANSIE (IGEAN)

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 25 juni 2020, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van 27 mei 2020 van de Raad van Bestuur van verwerende partij om de opdracht voor de huur van herbruikbare bekers en het opzetten van een ontzorgcyclus met industriële reiniging en transport te gunnen aan Profiwash bv met zetel te 3110 Rotselaar, Wingenepark 4A, en niet aan verzoekende partij, en dit wat de vier percelen betreft, zijnde:

- perceel 1: regio Borsbeek, Brasschaat, Kapellen, Stabroek, Wijnegem en Wommelgem - perceel 2: regio Brecht, Essen, Kalmthout, Malle, Schilde, Zoersel, Wuustwezel en Zandhoven - perceel 3: regio Boechout, Hove, Kontich, Lint, Mortsel en Ranst - perceel 4: regio Aartselaar, Boom, Niel, Rumst, schelle en Zwijndrecht”

XII-8921-1/3

II. Verloop van de rechtspleging

2. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 juli 2020, om 11.00 uur.

Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Marie-Louise Ricker, die loco advocaten Sofie Logie en Matthias Castelein verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord.

Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Intrekking van de bestreden beslissing

3. Met een beslissing van 1 juli 2020 van de raad van bestuur van IGEAN is de bestreden beslissing ingetrokken.

De vordering is bijgevolg zonder voorwerp, minstens heeft de verzoekende partij haar belang bij de vordering verloren.

4. In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen.

XII-8921-2/3

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt de vordering.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 10 juli 2020, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit:

Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.

De griffier De voorzitter

Frank Bontinck Bruno Seutin

XII-8921-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.040