Flemish Council of State dismisses annulment appeal against forest sale permit due to withdrawal of intervening party.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State formally recorded the withdrawal of the intervening party, NV H. Essers Logistics Company, regarding its request to participate in the proceedings. The annulment appeal filed by four environmental organizations against a permit for the sale of public forest land was subsequently rejected. The court determined that the loss of subject matter resulted from the failure to conclude a sales agreement, not from the defendant's actions, thus precluding the claimants from being considered the losing party for cost allocation.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 2 and 30/1 of the Coordinated Laws on the Council of State: A withdrawal of intervention by a third party renders the appeal moot and does not automatically designate the opposing party as the losing party if the underlying transaction fails independently.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VIIe KAMER
nr. 246.652 van 16 januari 2020
in de zaak A. 220.377/VII-39.806
In zake : 1. de VZW BOS+ VLAANDEREN
2. de VZW NATUURPUNT LIMBURG
3. de VZW NATUURPUNT, vereniging voor natuur en landschap in vlaanderen 4. de VZW BOND BETER LEEFMILIEU VLAANDEREN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter De Smedt kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Meindert Gees kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij :
de NV H. ESSERS LOGISTICS COMPANY
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Roggen en Jannick Poets kantoor houdend te 3500 Hasselt Kempische Steenweg 303, bus 40
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 28 september 2016, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het afdelingshoofd Terreinbeheer Koepel van het Agentschap voor Natuur en Bos van 19 juli 2016 waarbij aan de stad Genk
VII-39.806-1/6
machtiging wordt verleend voor de vervreemding van een openbaar bos, gelegen te Genk, op een perceel kadastraal gekend als afdeling 7, sectie H, nr. 1X8.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.
De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 13 december 2016. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.
Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld.
De verzoekende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 december 2019.
Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Jannick Poets, die verschijnt voor de tussenkomende partij, is gehoord.
Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
VII-39.806-2/6
III. Afstand van de tussenkomst
3. Met een brief van 29 maart 2018 delen de raadslieden van de nv H. Essers Logistics Company mee dat zij van hun cliënt de instructie hebben ontvangen om, gelet op arrest nr. 241.048 van 20 maart 2018 van de Raad van State waarbij het besluit van de Vlaamse regering van 25 maart 2016 houdende de definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan „Uitbreiding transportbedrijf H. Essers‟ wordt vernietigd, geen verdere actie meer te ondernemen in deze zaak.
Deze mededeling moet worden beschouwd als een afstand van het verzoek tot tussenkomst in het geding.
IV. Verval van de bestreden machtiging
4. Artikel 2 van de bestreden beslissing bepaalt dat de vervreemding moet worden verwezenlijkt binnen een termijn van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van deze beslissing en dat de machtiging van rechtswege vervalt wanneer aan deze voorwaarde niet wordt voldaan.
5. Met een e-mailbericht van 4 september 2019 heeft het adjunct-diensthoofd van de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling van de stad Genk meegedeeld dat de verkoop van het betrokken perceel niet heeft plaatsgevonden binnen de in het bestreden besluit vermelde termijn van drie jaar. De partijen betwisten dit feitelijk gegeven niet.
Bijgevolg wordt vastgesteld dat de bestreden beslissing inmiddels vervallen is en geen uitwerking meer kan hebben, zodat het voorliggende annulatieberoep actueel zonder voorwerp is. Deze vaststelling, op grond van een duidelijke bepaling omtrent de geldingsduur van de verleende machtiging die niet voor interpretatie vatbaar is, laat geen enkele onduidelijkheid
VII-39.806-3/6
in het rechtsverkeer bestaan die zou vereisten dat de bestreden beslissing moet worden vernietigd.
6. Door het verval van de bestreden beslissing is het beroep tot nietigverklaring doelloos geworden en dient het te worden verworpen.
V. Kosten
7. In hun laatste memorie laten de verzoekende partijen gelden dat zij niet als de in het ongelijk gestelde partijen kunnen worden beschouwd. Zij beklemtonen dat het annulatieberoep zonder voorwerp is geworden door toedoen van de verwerende partij, met name door bij wijze van stilzwijgende beslissing “de vervreemding niet te laten plaatsvinden”. Dergelijke handelwijze zou volgens de verzoekende partijen de facto gelijk staan met de intrekking van de bestreden beslissing. Ook zou de verwerende partij daarmee impliciet erkennen dat zij de in het gelijk gestelde partijen zijn.
8. De verwerende partij merkt in dit verband op dat zij niet de begunstigde is van de bestreden beslissing en zij dan ook “geen uitstaans [heeft]
met de tenuitvoerlegging van de vervreemding” van het openbaar bos in kwestie.
Beoordeling
9. Door zowel de verzoekende partijen als de verwerende partij wordt om de toekenning gevraagd van een basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro.
Overeenkomstig artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de afdeling bestuursrechtspraak een rechtsplegingsvergoeding toekennen, die een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij.
VII-39.806-4/6
10. In dit geval is het verlies aan voorwerp van het geding niet rechtstreeks te wijten aan een beslissing of handeling van de verwerende partij, maar aan het feit dat de stad Genk en de nv H. Essers Logistics Company uiteindelijk geen verkoopsovereenkomst over het perceel bos hebben gesloten. Dit brengt echter niet mee dat de verzoekende partijen moeten worden beschouwd als de in het ongelijk gestelde partijen. De omstandigheid dat de verkoop, waarvoor de bestreden beslissing machtiging verleent, niet is doorgegaan kan immers niet los gezien worden van het genoemde arrest nr. 241.048 van 20 maart 2018 waarbij het door de Vlaamse regering vastgestelde gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan „Uitbreiding transportbedrijf H. Essers‟ werd vernietigd.
Rekening houdend met deze concrete omstandigheden past het de verzoekende partijen noch de verwerende partij te beschouwen als een in het gelijk gestelde partij in de zin van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Er is bijgevolg geen grond voor het toekennen van een rechtsplegingsvergoeding.
BESLISSING
1. De Raad van State verleent akte van de afstand van de tussenkomst in hoofde van de nv H. Essers Logistics Company.
2. De Raad van State verwerpt het beroep.
3. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 800 euro, elk voor een vierde.
De nv H. Essers Logistics Company wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
VII-39.806-5/6
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zestien januari tweeduizend twintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.
De griffier De voorzitter
Elisabeth Impens Eric Brewaeys
VII-39.806-6/6
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.652