Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.596 ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.596 Généré par l'IA

Cassation appeal dismissed for lack of interest due to failure to submit a counter-memorandum within the statutory deadline.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.596
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the cassation appeal against a previous decision regarding the applicant's status. The applicant failed to submit a counter-memorandum within the thirty-day deadline prescribed by the relevant procedural rules. Consequently, the court found that the applicant lacked the necessary interest to pursue the cassation, as the procedural defect precluded the review of the merits.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 21, second paragraph; 15, first paragraph of the Royal Decree of 30 November 2006: The Council of State determines the lack of necessary interest when the applicant fails to submit a counter-memorandum within the prescribed time limit, unless a party requests to be heard.

Mots-clés

Généré par l'IA
cassation appeal lack of interest procedural deadline counter-memorandum Council of State administrative law procedural defect droit de séjour des étrangers

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, second paragraph of the Laws on the Council of State, coordinated on 12 January 1973
Article 15, first paragraph of the Royal Decree of 30 November 2006 on the procedure for cassation at the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER

nr. 246.596 van 9 januari 2020

in de zaak A. 225.813/XIV-37.786

In zake : XXX

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kathleen Dassen kantoor houdend te 2070 Burcht Pastoor Coplaan 241

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Carmenta Decordier en Tine Bricout kantoor houdend te 9041 Gent/Oostakker Orchideestraat 61A

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het cassatieberoep

1. Het cassatieberoep, ingesteld op 30 juli 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 205.786 van 22 juni 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij beschikking nr. 13.007 van 12 september 2018 wordt het cassatieberoep toelaatbaar verklaard.

De memorie van antwoord werd op 18 oktober 2018 aan verzoeker ter kennis gebracht.

XIV-37.786-1/4

De mogelijkheid om te worden gehoord werd op 4 december 2018 aan verzoeker en de verwerende partij ter kennis gebracht.

De hoofdgriffier heeft aan de partijen de mededeling ter kennis gebracht bedoeld in artikel 15, § 1 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’.

Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 december 2018.

Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Pieter Maertens, die loco advocaat Kathleen Dassen verschijnt voor verzoeker, en advocaat Charlotte Mussen, die loco advocaten Carmenta Decordier en Tine Bricout verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. Naar luid van voormeld artikel 21, tweede lid, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.

Op grond van artikel 15, § 1 van voornoemd koninklijk besluit, doet de kamer uitspraak onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een

XIV-37.786-2/4

van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord.

Bij het versturen van een afschrift van de memorie van antwoord aan verzoeker heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15, § 1 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State.

Verzoeker heeft binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in artikel 14 van voormeld koninklijk besluit, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd.

4. Verzoeker heeft ter terechtzitting geen argumenten aangevoerd die het niet indienen van een memorie van wederantwoord binnen de voorgeschreven termijn rechtvaardigen.

5. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.

IV. Begroting van de kosten - rechtsplegingsvergoeding

6. De verwerende partij vraagt verzoeker te veroordelen tot de kosten van het geding, waaronder een rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 700 euro.

Vermits verzoeker als in het ongelijk gestelde partij tweedelijns juridische bijstand geniet en de verwerende partij geen kennelijk onredelijke situatie aantoont, dient dit bedrag overeenkomstig artikel 30/1, § 2, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State te worden herleid tot 140

euro.

XIV-37.786-3/4

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.

2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen januari tweeduizend twintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Carlo Adams, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.

De griffier De voorzitter

Joris Casneuf Carlo Adams

XIV-37.786-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.596